Een dijk van een citaat

March 12th, 2009 by Erik

Reeds een tijdje lees ik in “The Fountainhead” door Ayn Rand. Het is mijn eerste Rand boek, maar hoewel ik nog maar halfweg ben, staat nu al vast dat het zeker niet mijn laatste zal zijn. Ik hou van haar doordachte stijl, de uitgewerkte en evoluerende personages, en de levensbeschouwelijke ideeën die ze middels dit boek naar voor schuift.

De reden dat het niet zo snel vooruit gaat, is dat dit boek momenteel mijn nachttafelboek is (kort voor het slapengaan is het beter fictie te lezen dan nonfictie), en ik dus maar een paar pagina’s per dag lees. Het is 694 pagina’s dik.

Maar, op pagina 356 vond ik een citaat dat de moeite van het uitlichten waard is. Er is een lange opbouw naartoe, eigenlijk bouwt een groot deel van het boek tot zover naar deze scène toe, en het zal zeker nog niet de laatste climactische gebeurtenis of uitspraak zijn. Rand neemt een zeer uitgebreide aanloop naar de springplanken om haar filosofische ideeën op te lanceren, maar ze doet dat zeer doordacht en efficiënt.

Even een korte schets. The Fountainhead gaat over architecten. Meer specifiek over het wedervaren van Howard Roark en zijn tijdgenoten. Roark werd van de architectenschool gestuurd, werkte voor een architect wiens hoogtepunt al lang voorbij was, en begon vervolgens een eigen bureau. Slechts sporadisch krijgt hij opdrachten. Dit alles niet omdat hij slecht is, er is immers geen gedrevener architect met meer inzicht dan hij. Nee, Howard Roark wordt afgebroken, verketterd en genegeerd omdat de mensen niet klaar zijn voor zijn unieke manier van ontwerpen en bouwen. Men wil doorgaans variaties op wat reeds bestond, gebruik van vertrouwde stijlen, terwijl Roark een nieuwe eigen stijl heeft, waar slechts af en toe een enkeling de genialiteit van inziet.

Dominique Francon, de vrouw in het spel, is een columniste die tegelijk beeldschoon en ijskoud is. Of lijkt. Want hoewel geen van haar aanbidders haar genoeg interesseren om enige passie voor te voelen, worden zij en Roark als twee magneten naar elkaar getrokken. Ze erkent zijn genie, maar wil hem ten gronde richten, omdat de mensheid het niet waard is hem te beoordelen, te bevuilen met hun plebeïsche blik en aanraking. Publiekelijk breekt ze zijn werk af in haar columns, en telkens ze ervoor zorgt dat een commissie naar een andere architect gaat, komt ze zich bij Roark aanbieden om passioneel door hem overmeesterd te worden. Hun relatie op zich is al schitterend, intens, en o zo begrijpelijk in zijn onvermijdelijkheid.

De scène in kwestie speelt zich af in een rechtszaal. Roark had een commissie gekregen voor het bouwen van een tempel waarin alle religies zich thuis zouden voelen, zonder aan één specifieke religie gewijd te zijn. Roark bouwde een tempel gewijd aan de menselijke geest, de mens als sterk, trots, schoon en zonder vrees. Als een heroïsch wezen. Maar dat is niet wat de opdrachtgever, Hopton Stoddard, wilde, vandaar de rechtszaak om Roark te laten betalen voor wijzigingen die aan het gebouw gemaakt zullen moeten worden door een andere architect. Dominique getuigt tegen Roark, en vindt dat het gebouw niet gewijzigd, maar afgebroken moet worden. Het is een parel waar de zwijnen niet klaar voor zijn, en die ze alleen maar kunnen bevuilen met hun onbegrip.

Dominique Francon stelt:

“The Stoddard temple is a threat to many things. If it were allowed to exist, nobody would dare to look at himself in the mirror. And that is a cruel thing to do to men. Ask anything of men. Ask them to achieve wealth, fame, love, brutality, murder, self-sacrifice. But don’t ask them to achieve self-respect. They will hate your soul.”

Vijf sterren voor Ayn Rand. Ik ben het met haar eens dat de mens in regel niet hoog genoeg reikt, en de enkelingen die hoger reiken maken vaak alleen maar vijanden. Roark’s tempel laten staan is een kaakslag voor zij die niet zo hoog kunnen of willen reiken, en dus is het beter hem af te breken.

Terwijl iedereen de mond vol heeft van respect voor elkaar, is het inderdaad zo dat men, in woord en daad, vaak toont zichzelf nog niet eens te respecteren.

The Fountainhead is zo’n schitterend gelaagd boek dat niet gaat waarover het gaat. De personages zijn symbolen, de gebeurtenissen metaforen. Ik zal het wellicht nog enkele keren willen lezen vooraleer ik het ten volle kan bespreken, maar dit citaat wou ik alvast meegeven. Er is ook een film van, maar ik wil eerst het boek lezen.

One Response to “Een dijk van een citaat”

  1. Miles to go before I sleep…. » Blog Archive » Meer Fountainhead citaten Says:

    [...] Ik ben nu al lyrisch over dit boek, en zit nog maar in de helft… Dominque Francon, wanneer ze een tijdje na het proces Roark opzoekt: “Roark, I can accept anything, except what seems to be the easiest for most [...]

Leave a Reply