The Third Man Factor - John Geiger

September 28th, 2009 by Erik

The Third Man Factor - Surviving the impossible, door John Geiger. Canongate Books, Edinburgh, 2009. ISBN 978 1 84767 419 7. 282 pagina’s (zonder index).

Het lezen van “Explorers of the Infinite” maakte duidelijk dat er in dit genre nog meer recente boeken zijn die mogelijk de moeite van het lezen waard zouden zijn, en dat ik daar eens moest voor rondsnuffelen. The Third Man Factor is zo’n boek.

third-man

Het is minder captiverend geschreven dan “Explorers…“, doch de materie is even boeiend - en iets nauwer. Waar “Explorers…” handelde over verschillende spirituele ervaringen van atleten in extreme sporten, belicht The Third Man Factor specifiek het fenomeen van “de derde man“, een extra, meestal schijnbaar niet-fysieke, persoon die men in extreme, doorgaans uitzichtloze en levensbedreigende, situaties kan ontmoeten, en die vaak actief helpt om mensen die de dood nabij zijn toch in veiligheid te brengen.

De uitdrukking “Third Man” komt uit het relaas van Sir Ernest Shackleton, antarctisch verkenner (1874-1922), en is eigenlijk foutief gekozen: het zou immers “Vierde Man” moeten zijn. Toen Shackleton zesendertig uur lang met twee anderen tussen de antarctische bergen liep, scheen het hem vaak toe dat ze met vier waren, in plaats van met drie. Een onbekende aanwezigheid vervoegde hen, en het was niet enkel Shackleton die deze aanwezigheid voelde. Dat de benaming van het fenomeen evolueerde van “Fourth Presence” naar “Third man” is echter de schuld van T.S. Eliot, in wiens gedicht “The Wasteland” (mogelijk het bekendste gedicht in de Engelse taal) enkele regels geïnspireerd werden door Shackleton’s getuigenis, doch waar Eliot met enige dichterlijke vrijheid sprak over drie figuren in plaats van vier:

Who is the third who walks always beside you?
When I count, there are only you and I together
But when I look ahead up the white road
There is always another one walking beside you
Gliding wrapt in a brown mantle, hooded
I do not know whether a man or a woman
- But who is that on the other side of you?

Shackleton’s relaas op zich staat in meerdere boeken beschreven, en het avontuur is zo opmerkelijk en haast bovenmenselijk dat ik één van de boeken erover op mijn verlanglijstje geplaatst heb. De vreemde verschijning, die Shackleton beschrijft als “niet van deze wereld” kwam echter pas op het einde van hun beproeving tussen 1914 en 1916, op een moment wanneer Shackleton alles op alles moest zetten in een ultieme poging om zijn leven en dat van zijn mannen veilig te stellen, of alles te verliezen indien hij zou falen. Tijdens een mars met twee anderen, waar het leven van velen van afhing, stelde Shackleton vast dat er een extra figuur meeliep. En hij niet alleen, de andere twee bevestigden deze vreemde aanwezigheid, maar achteraf vertelde Shackleton er weinig over aan wie zijn verhaal wilde horen. Het leek hem een soort heiligschennis om erover te spreken.

Mogelijk hadden deze mannen een hallucinatie, geholpen door de onmenselijke fysieke inspanningen, de ontberingen, gebrek aan water en voedsel, en de monotonie van het antarctische landschap. Maar anderen op dat continent, in minder wanhopige situaties, spreken ook over een dergelijke aanwezigheid.

De Transglobe Expedition onder Ranulph Fiennes wilde de eerste zijn om de wereld “verticaal” over te steken, en van pool tot pool te reizen. Ze zetten hun tenten op aan de voet van de Ryvingen berg om zich voor te bereiden op de antarctische winter van 1980. Fienne’s vrouw Ginnie fungeerde als radio operator en base commander, en was zo de schakel tussen de expeditie en de buitenwereld. Op geregelde tijdstippen moest zij heropgelade batterijen op een slede van de ene hut naar de andere trekken, vastgeklikt aan een veiligheidslijn, door de constante nacht die daar ’s winters heerst. Een ander teamlid had reeds geregeld opgemerkt dat hij daarbuiten voetstappen hoorde die hem volgden, en ook Ginnie kwam op een bepaald moment de hoofdtent binnen met de melding “Er is iets daarbuiten”.  Maanden later, in juni, stelt ze de aanwezigheid opnieuw vast. Ze omschrijft het als een sterke aanwezigheid, niet kwaadaardig maar wel verontrustend, en ze was als de dood dat ze ooit die figuur werkelijk zou zien. Tegen oktober hoorde ze af en toe krijsen in de duisternis, en woorden die haar van dichtbij, door iemand die naar haar gevoel achter haar stond, ingefluisterd werden.

Wanneer haar teamgenoot Grimes de hut wilde leegmaken en afbreken voor relocatie na de lange winter, vond hij niets van Ginnie’s zogezegde spook terug, maar wat hij wel zag vond hij verontrustend: Ginnie had op de muren van de tent met drie verschillende stiften, mogelijk op drie verschillende tijdstippen, een gedicht geschreven tijdens haar eenzame verblijf in de radiohut:

As whistlers’ and gibbons’ cries
Screech in the ears
The ghost of Ryvingen
Burst into tears.

“Why have you come to disturb me
After these many years
I will haunt and will taunt you
And drive you away.”

Mogelijk zijn het de monotonie, de isolatie, en de eenzaamheid die belangrijke factoren zijn in het Third Man fenomeen. Maar de aanwezigheid is niet altijd even passief als in bovenstaande getuigenissen.

Het boek opent met het verhaal van Ron DiFrancesco, een werknemer van Euro Brokers die aan zijn bureau zat in gebouw II op het moment dat, op 11 september 2001, een vliegtuig in gebouw I van de Twin Towers vloog. De meeste van zijn collega’s begonnen het gebouw te verlaten, maar aangezien gebouw II niet geraakt was, bleef DiFrancesco zelf zitten, en belde naar zijn vrouw om te zeggen dat hij OK was. Na een telefoontje van een vriend die hem aanmaande om toch weg te gaan, belde DiFrancesco terug naar zijn vrouw, om daarna alsnog zijn bureau te verlaten. Ongeveer zeventien minuten na de eerste impact, vloog ook een vliegtuig tegen gebouw II. De klap sloeg hem tegen de muur en het regende plafondpanelen en pleister op hem. Het bureau dat hij zonet verlaten had, bestond niet meer, weggevaagd door de hoogste vleugel van de Boeing 767 die de toren zowat in twee sneed, en wiens 90.000 liter kerosine een waar inferno schiepen. Gelukkig voor DiFrancesco stond hij vlakbij de enige (van de drie) trappengang boven de impactszone (het vliegtuig had vooral verdiepingen onder hem geraakt, enkel de vleugel sloeg in op zijn verdieping) die niet geblokkeerd was door puin. Drie verdiepingen naar beneden, echter, botste hij tegen mensen die naar boven gingen, en meldden dat er beneden teveel rook en vuur was om te kunnen passeren.

Van de 81ste verdieping klonk hulpgeroep, en DiFrancesco ging er, samen met een collega, op af. Vechtend tegen het alomtegenwoordige puin, vielen ze beiden echter al snel te prooi aan de rook. DiFrancesco moest terugkeren, en klom verder naar boven, waar hij, en vele anderen, vaststelden dat de veiligheidsdeuren van de trap naar de verdiepingen allemaal gesloten waren. Lichtelijk panikerend wegens een aanval van claustrofobie, doch vastbesloten om buiten te geraken, zocht DiFrancesco zich terug een weg naar beneden. De situatie werd erger, intussen vulde de trapgang zich meer en meer met dikke rook. DiFrancesco zeeg neer op de grond, samen met een tiental anderen, vechtend voor adem.

Op dat moment hoorde hij plots een onbekende mannelijke stem, die hem riep en aanmaande om terug recht te staan. Het voelde aan of deze stem, die hem bleef aanmoedigen en vertellen dat hij moest opstaan, toebehoorde aan een bijna-fysieke aanwezigheid die DiFrancesco voelde, een aanwezigheid die hem zelfs optilde en hem naar de trappen gidste. Hij zette zijn afdaling voort, en zag al snel een lichtpunt, wat van nabij een vuurzee bleek te zijn. De figuur bleef hem leiden, moedigde hem aan om door de verschroeiende vlammen te lopen, drie verdiepingen lang. En geschroeid werd hij, maar de figuur bleef bij hem tot hij er voorbij was. Na deze vlammenzee bereikte hij de 76ste verdieping, en kon hij probleemloos verder de trappen afdalen. Het was pas op dit moment dat de aanwezigheid hem losliet, wellicht omdat hij in relatieve veiligheid alleen verderkon.

Voor DiFrancesco, die de laatste persoon was die toren II verliet alvorens hij instortte om 09:59, was het een engel die hem bijstond. Als diep religieus man wijdt hij de gebeurenissen aan goddelijke interventie. En hij is niet de enige die aan engelen denkt: ook tijdens WOI werd verslagen over engelen, hier zelfs op paarden in de lucht, die het Britse leger hielpen terugtrekken uit Mons in 1914.

Maar ook sommige religieuze visioenen, zoals dat van de Spaanse non Sint Teresa de Avila (1515-82), lijken eerder getuigenissen van het Third Man fenomeen. Idem voor de Tibetaanse heremiet Milarepa, die uiteindelijk de verlichting zou bereikt hebben, maar in zijn grot niet altijd zo alleen was…  En soms heeft de mysterieuze aanwezigheid een vorm en identiteit, zoals bij twee mannen die in 1967 na een ramp in het Amerikaanse Pennsylvania veertien dagen lang negentig meter onder het puin gevangen zaten, waarvan de eerste zes dagen zonder contact met de buitenwereld, licht of voedsel. Beide mannen verklaarden religieuze ervaringen gehad te hebben die eerste zes dagen, waaronder een verschijning van paus Johannes XIII. Een aanwezigheid die lang bleef, en waar ze wel duizenden malen naar keken. Tevens verscheen op een bepaald moment ook een geknield biddende vrouw.

Gevangen in een andere instorting, dit keer in Seoul, versheen aan de negentienjarige Park Seung-hyung  in 1995 meermaals een monnik, die haar één keer zelfs een appel gaf (!), naast de hoop dat ze gered zou worden.

Voor ervaren zeiler William King was de extra aanwezigheid tijdens zijn soloreis rond de wereld zo welkom en vertrouwd, dat hij, na een zeer uitputtende strijd tegen de golven, toch het hoofd durfde neerleggen om te rusten - hij voelde immers een vertrouwde tweede aanwezige, die in zijn plaats het stuur kon houden terwijl hij, tijdelijk verlost van verantwoordelijkheden, rustte. Zoals zovele bergbeklimmers en lange-afstandszeilers, betrapte hij zichzelf er soms ook op onbewust een ontbijt voor twee klaar te maken…

Indien men de theorie van de derde man als hallucinatie aanvaardt, is het wel opvallend dat de hallucinaties niet altijd het beste voor hebben met de personen in nood. Sommigen ervaren een zeer hulpvaardige of neutrale derde man, terwijl anderen, zoals de Zweed Fred Ericsson die samen met een compaan uit het vreemdelingenlegion ontstapte met een vlot, net het tegengestelde ervaren. Toen hij in het water viel, beweerde hij tegen zijn vriend Tiira dat hij geduwd werd. Ericsson stierf uiteindelijk van ontbering, en Tiira was verplicht zijn lijk in de zee te duwen, om de haaien die erdoor aangetrokken werden af te houden. Ook Tiira had een extra aanwezigheid op het vlot gevoeld, en toen Ericsson stierf werd dat gevoel alleen maar sterker.

Naast tal van anecdotes bevat The Third Man Factor enkele onderzoeken en mogelijke verklaringen voor het fenomeen. Deze die ik persoonlijk het waarschijnlijkst vind, is een sterke actie van het onderbewuste, dat zich opvallender kan manifesteren wanneer het bewustzijn murw is door fysieke ontbering, gevaar, uitputting, monotonie, etc… De derde man, indien hij niet gezien wordt, bevindt zich voor het gevoel van degenen die het fenomeen ervaren immers in bijna alle gevallen rechts achter hen, wat kan wijzen op een versterkte, of in elk geval meer merkbare, activiteit van de rechter hersenhelft, waar zich in de meeste gevallen de meer “creatieve” en vooral onbewuste zijde van onze persoonlijkheden bevinden.

Opvallend is ook dat men via lichte electromagnetische stimulatie van bepaalde hersendelen iemand het gevoel van een extra aanwezigheid in de kamer (en meestal inderdaad rechtsachter de persoon) kan geven. Hoewel het voor deze personen dan aanvoelt alsof deze aanwezigheid dezelfde bewegingen maakt als zijzelf, voelt het voor hen toch aan als “iemand anders”. Het fenomeen kan dus een combinatie zijn van magnetische verstoringen (wat niet ondenkbaar is op bergtoppen of midden op zee) met een minder onderdrukt onderbewuste. Dat ons onderbewuste actief zou meehelpen ons in leven te houden klinkt zinnig, maar dat meerdere mensen het samen ervaren, dat er voetstappen weerklinken of appels overhandigd worden, die aspecten zijn misschien minder makkelijk te verklaren - en daarom juist extra intrigerend.

Ik blijf het een interessant fenomeen vinden, en The Third Man Factor geeft er weerom tal van mooie en soms inspirerende anecdotes rond. De auteur blijft vrij neutraal tegenover het fenomeen, en citeert anecdotes en spontane ervaringen, recente en oude documenten, maar ook wetenschappelijk onderzoek dat specifiek dit fenomeen onderzocht, of er per ongeluk mee in aanraking kwam.

Minder opslorpend geschreven dan Explorers of the Infinite, maar zeker wel de moeite waard om te lezen. Het past mooi in mijn collectie.

Nieuw Zwart

September 20th, 2009 by Erik

òLTIMA VEZ / WIM VANDEKEYBUS  - NieuwZwart (9-05-09)

Ik volg Vandekeybus al meerdere jaren. In principe sinds “Scratching The Inner Fields”, maar intussen bezit ik ook DVD’s van eerdere voorstellingen die ik niet in een zaal zag.

Niet verrassend dus dat ik zijn recentste productie, “NieuwZwart”, gisteren in de KVS ging bekijken. Ik had vooraf geen artikels of besprekingen gelezen, en was enigszins verrast te merken dat de zaal niet afgeladen vol zat. Veel volk, maar niet uitverkocht.

De voorstelling zelf bevatte enkele zeer goede ideeën en uitwerkingen. Ik hou wel van het verkennen van het menselijke lichaam, en de link naar het dierlijke - hoe dicht de mens eigenlijk tot de beesten staat, en zelf niet mag vergeten dat hij ook een dier is. De dierlijke instincten en reflexen komen vaak naar voor in Vandekeybus’ voorstellingen, en ook dit keer waren enkele perspectieven hierop te zien. Ook het element “gevaar” vormde zoals gewoonlijk een onderdeel, met onder andere geblinddoekte dansers.

Het donkere, afgeschermde bos waarin naakte lichamen schuifelen was zeer sfeervol, de folie was een zeer geslaagde vondst, en tot mijn genoegen werden ook enkele illusionistentrukjes geïncorporeerd in de voorstelling. Dat had ik Vandekeybus nog niet zien doen, en het gaf tweemaal een extra dimensie aan de voorstelling. De tweede was geen verrassing voor mij persoonlijk, omdat ik intussen al wel de reflex heb om links in het oog te houden wanneer alles op rechts wijs (niet enkel goochelaars, maar ook horrorregisseurs gebruiken dat soort afleiding), maar voor vele aanwezigen in de zaal waren de gebeurtenissen links kennelijk toch een verrassing.

Wat ik minder goed vond aan deze voorstelling, is dat ze, buiten deze vondsten eigenlijk, voor Vandekeybus’ doen, vrij ongeïnspireerd was. Best wel wat herhaling van wat we al eerder zagen, met te kleine variaties daarop. Ook véél te expliciet, zodat ik af en toe meende naar een dansvoorstelling van Jan Fabre te kijken (beikes!). De paringsdans hoefde niet zo langdurig geconsummeerd te worden, bijvoorbeeld, een korte suggestie zou de boodschap ook wel overgebracht hebben. Idem voor het zuigen aan de borst om iemand nieuw leven te geven - veel te expliciet, te simpel gepresenteerd, en eigenlijk grotendeels onnodig.

Wat me vooral teleurstelde, en ik zeg dat niet graag, maar het is toch zo, waren de teksten. Geschreven door Peter Verhelst, iemand met wiens werk ik nochtans een speciale band had. Zijn boeken (dichtbundels zowel als verhalen en toneelbewerkingen) leken mooi parallel met me mee te groeien, maar na “Zwerm” lijkt dat niet meer het geval te zijn. Het is alsof Verhelst blijft hangen en ook zichzelf blijft herhalen nu, terwijl hij vroeger evolueerde en alleen maar beter werd in wat hij deed. Ik volg hem minder tegenwoordig, en wat ik van hem tegenkom overtuigt me niet om die draad terug op te pikken. Jammer.

De live muziek bij de voorstelling was dan weer perfect passend, en kennelijk van de hand van Mauro Pawlowski, gekend van onder andere de meest overroepen Belgische band ooit: dEUS. Maar: respect voor Pawlowski, de muziek paste naadloos bij de voorstelling, en ik vond het jammer dat er geen CD’s met de soundtrack te koop lagen in de KVS (ten tijde van de voorstellingen “Blush” en “Scratching…” was dit wel het geval). Maar wellicht komt de soundtrack later wel in de winkels.

De dansers deden hun best, en het was vooral voor hen dat ik applaudiseerde, maar uiteindelijk vond ik deze voorstelling heel wat missen - een fout die bij de regie lag, niet bij de dansers. Van Vandekeybus zijn we gewend om anderhalf uur door de voorstelling geabsorbeerd te worden, maar dat was nu helaas niet het geval. Bij momenten wel, maar naar mijn gevoel te weinig. De tekst had gewoon weggelaten kunnen worden (wegens ook te expliciet uitleggend wat zich op de scène afspeelt), en men had beter extra tijd in de choreografie gestoken. Let wel: de voorstelling was zeker niet slecht, maar voor Vandekeybus vond ik ze ondermaats. Ik zou ze niet aanraden aan iemand die niet met zijn werk bekend is, want het zou een verkeerd beeld kunnen geven.

En ik was niet alleen in deze mening, kennelijk, want best wel wat mensen keken bedenkelijk achteraf. Wat me niet zal weerhouden om naar toekomstige voorstellingen van Vandekeybus te gaan kijken, want ik heb er nog wel genoeg vertrouwen in dat hij zich zal herpakken. Hij kan beter, dat heeft hij reeds getoond, wellicht is “NieuwZwart” slechts een dipje.

Noodzakelijke vragen

September 18th, 2009 by Erik

Oude e-mail conversaties (2003) en schrijfsels overlopend, kwam ik deze week een vragenlijst tegen. Vragen die men dient te stellen wanneer men politieke situaties, oorlog, en geopolitieke trends wenst te begrijpen.

1) Cui Bono? Wie heeft voordeel bij wat gebeurde?

2) Wie financierde de daders?

3) Door wiens banken en transfersystemen vloeit hun geld/kostbaar metaal/edelstenen?

4) Wie trainde en steunde hen vroeger en nu?

5) Wie bezorgt hen kritieke informatie?

6) Wie verkocht hen hun materiaal en wapens, en aanvaardden ze betaling in geld of in drugs?

7) Wiens satelliet, telefoonlijnen, en internetlijnen gebruiken ze?

8 ) Wie slaagde er niet in hun acties te voorkomen, en gaan de carrières en budgetten van deze personen omhoog of omlaag?

9) Wiens budgetten gaan omhoog?

10) Wiens bedrijven worden succesvoller?

11) Wie wist ervan maar zei niets?

12) Wie verdienen er nog meer geld aan?

13) Wie zal wapens en materiaal verkopen?

14) Wie heeft verzekering waarop, en neemt een oorlogsverklaring de verantwoordelijkheden van de verzekeraars weg?

15) Wie zal de hand kunnen leggen op databases, nieuwe technologie, olierechten, mineraalrechten, bank deposito’s, land, financiën, telecommunicatie, media of markten?

16) Wie zou voordeel hebben van een afleidingsmaneuver?

17) Hoe verhouden de personen die voordeel halen zich tot de de personen die de politieke campagnes sponsorden van zij die beslissingen nemen, of diegene aanstellen die beslissen?

18) Wiens macht zal toenemen?

19) Wie zal ervoor betalen in termen van belastingen en overheidsschuld, en verlies van rechten, eigendom, en leven?

Staat van de wetenschap

September 17th, 2009 by Erik

Terwijl de krant vandaag verslag brengt over een “controversiële” stamcellenbank, blijf ik me verbazen over hoe onwetend de mensen zijn als het op wetenschappelijke vooruitgang aankomt. En hoezeer de doorsnee persoon wellicht nog geschokt reageert wanneer het woord “stamcellen” vernoemd wordt, wellicht met beelden van embryo’s die vermoord werden om de menselijke ijdelheid te strelen voor ogen.

De onwetendheid is een gevolg van gecultiveerd doemdenken en habituele depressie, misschien, want iedereen wéét immers dat de wereld naar de kloten is (ha!), doch de toekomst ziet er véél interessanter uit dan Joe Blow kennelijk kan bevroeden. Stamcellen uit navelstrengen zijn inderdaad interessant, maar niet meer nodig, daar men tegenwoordig (nieuws van 2007!) van huidcellen opnieuw stamcellen kan maken. Weg controverse. Maar de media doet natuurlijk nog even verder. De bewuste stamcellenbank zal onvermijdelijk moeten diversifiëren, me dunkt.

Nog enkele voorbeeldjes van waar we staan:

PhysOrg.com: Wetenschappelijke kennis delen per telefoon.

TechnologyReview.com: Observatoria ter grootte van het melkwegstelsel. Dít is, vind ik persoonlijk, hoe een ingenieur moet denken. Bravo!

New Scientist: Kunnen we quantumwezens maken in een labo? Quantum superpositie voor gevorderden.

AlphaGalileo: Anti-kanker nanosferen.

Het beste moet nog komen.

En eigenlijk…

September 14th, 2009 by Erik

… zal dat bezoek aan China waarschijnlijk niet zo heel lang op zich laten wachten. Ik stelde vandaag vast dat de prijs van een ticket Amsterdam-Beijing te vergelijken is met een ticket Brussel-New York. Cool beans. Ik zal die cursus Mandarijns maar al bovenhalen.

China voor beginners

September 13th, 2009 by Erik

Het is overdreven, ik weet het, twee keer televisie kijken op anderhalve maand…

Enkele dingen zijn echter zeker: ik zal ooit Chinees (Mandarijns) leren en China bezoeken. Ook zeker: Lulu Wang heeft stijl. Ik mag haar, zeker sinds iemand me aanraadde om een fragmentje Man Bijt Hond te bekijken, waarin twee bekende personen tegenover elkaar geplaatst worden voor een quasi-spontaan gesprek. Zij kwam tegenover Koen Wouters te zitten, en niet alleen herkende hij haar niet, maar vooral: zij kende hem ook absoluut niet. Schitterend, ik had meteen een hoge achting van de dame.

Mijn reisgids door China zou ze zeker mogen zijn, vooral omdat mijn Chinese klassiek-concert-gezelschapsdame terug in dat land verzonken is en mij dus niet zal rondleiden, ooit, helaas. Maar de mooie en rijke cultuur van dat immense land spreekt aan, het politieke regime natuurlijk veel minder.

Ik vond het mooi om te zien hoe Raf (Walschaerts) onder de indruk was van de Tai Chi en Qi Gong meesters. Het is inderdaad indrukwekkend op een intens kalme manier, om dit soort mensen te ontmoeten en de hand te kunnen drukken - of er zelfs mee te trainen. Ik ervoer hetzelfde onder andere toen ik in ‘99 de kans had om onder Masaaki Hatsumi Sensei te kunnen trainen in London, en hem de hand te kunnen schudden. De Westerse filosofieën ontkenden het bestaan van een levensenergie, een “Chi” of “Ki”, zo lang en hard dat de meeste westerlingen er niet echt een besef van hebben. Maar eens je die zo duidelijk ervaart, bestaat er geen twijfel meer; dat leek ook Raf te merken bij de Qi Gong meester wiens taal hij niet sprak. De ervaring is wat telt, uitleg (taal) is slechts de troostprijs. Gelukkig begint de wetenschap intussen langzaam maar zeker te ontdekken dat die energie wel degelijk een deel van het menselijk lichaam uitmaakt.

Maar kloosters hoog in de bergen, met massieve standbeelden van meer dan duizend jaar oud, het kan alleen maar indruk maken. Ook de serene sfeer op de pelgrimspaden rond de kloosters is iets wat ik zeker eens wil beleefd hebben.

lulu_wang

« Previous Entries