August 31st, 2009 by Erik
“Supernatural” door Graham Hancock. Arrow Books, London, 2005. ISBN 9780099474159, 836 pagina’s (zonder index)

Over dit boek heb ik enkele maanden gedaan. Wat niet mijn gewoonte is, maar het is ten eerste een vrij dik boek (756 pagina’s met appendices, 836 met nota’s en referenties), en het was mijn bedlezer. Doordat de hoofdstukken onderverdeeld zijn in stukjes van slechts enkele pagina’s, was het makkelijk telkens gewoon 1 stukje te lezen voor het slapengaan. Tenminste, zo begon het. Het verhaal is lang, maar wordt curieuzer, boeiender, en onweerstaanbaarder naarmate het vordert.
Auteur Graham Hancock begint dit boek met een eerlijke bekentenis, die me in regel meteen een degoût zou doen krijgen: hij vertelt over zijn experimentatie met iboga en ayahuasca, beide planten werden gebruikt om hun hallucinogene effecten. Zijn redenen hiervoor waren, zo beweert hij, wetenschappelijk, en onvermijdelijk indien hij zijn onderzoek naar zijn logische gevolgen wilde doordrijven. Zijn onderzoek, en het onderwerp van dit boek, is naar het ontstaan van religies en religieuze ervaringen.
Beginnend bij het begin, start de queeste eigenlijk bij 35.000 jaar oude grottekeningen. Niet enkel de tekeningen van buffels, ossen, slangen, vogels, en wat dansende mensen lijken, maar ook -en vooral- de tekeningen van theriantropen (wezens die deels mens, deels een ander dier zijn: paard, insect, vogel, …) en de zogenaamde “gewonde man” tekeningen (een mensenfiguur met wat lijkt op pijlen door het lichaam). Wat dreef onze voorouders ertoe om schilderijen te gaan maken in grotten, vaak diep en op haast onbereikbare en zeer oncomfortabele plaatsen, zoals op het plafond van een zeer nauwe tunnel waar je enkel op je rug schuivend doorkan? Waarom ook afdrukken van handen bij die tekeningen? Vanwaar die afbeeldingen van half mens, half dier-figuren, die nergens in de onmiddellijk observeerbare realiteit voorkomen?
De tekeningen zelf geven deels het antwoord, dankzij wat we weten over de Afrikaanse San bosjesmensen. De gebruiken van deze stam, in al hun primitiviteit, werpen een verrassend licht op de grotschilderingen: hun dansen waarmee ze in een trance komen is mogelijk wat we afgebeeld zien op de schilderingen. De visioenen die ze krijgen, over dieren en theriantropen, vinden we ook terug in de grotten. En hier komen de persoonlijke hallucinatorische ervaringen van de auteur van pas: de visioenen die de San zien in hun trances, zijn zeer gelijkaardig aan de visioenen die men krijgt door het consumeren van ayahuasca en iboga. Uitgebreide wetenschappelijke studies tonen aan dat deze visioenen steeds eenzelfde patroon volgen. Stadium 1: Entopics, het zien van geometrische figuren (driehoeken, golvende en zig-zaglijnen, cirkels) . Stadium 2: Construal, de visionair probeert zin te construeren uit wat hij ziet, waardoor aaneensluitende zeshoeken bijvoorbeeld honingraten gaan vormen, compleet met bijen, etc… Stadium 3: Entopics and Iconics: het verschijnen van figuren, mensen en dieren, in combinatie met de zig-zaglijnen, etc… Studies met hallucinogene middelen in laboratoria leveren hetzelfde resultaat op - proefpersonen die gevraagd wordt te tekenen wat ze zien, tekenen ongeveer wat men terugvindt in de kunst van de San bosjesmensen en in de schilderijen van 35.000 jaar geleden.
Naast de gewone theriantropen zien we in grotschilderingen ook mensen die schijnbaar in een vogel of bidsprinkhaan of ander dier veranderen, wat men inderdaad in trance of onder invloed van hallucinogene middelen ook kan zien: de shamaan of ceremonieleider verandert voor de ogen van de aanwezigen in een dier, of de shamaan zelf voelt zich in een dier veranderen om de geestenwereld te verkennen.
Een belangrijk deel van het boek, de helft, eigenlijk, is gewijd aan deze parallellen en het onderzoek rond zowel de grotschilderingen als de bosjesmensen als hallucinogene planten. Het vormt een stevige basis, en een vrij sterke theorie, uiteindelijk. De grotschilderingen geven inderdaad sterk de indruk gemaakt te zijn tijdens of kort na een dergelijke trance of trip, of in elk geval het beleefde tijdens zo’n trance uit te beelden. De wetenschappelijke consensus is dat de mens geen neurologische evolutie ondergaan is de afgelopen 196.000 jaar, dus dezelfde middelen (planten) of handelingen (dansen/zingen) zouden op onze voorouders in theorie hetzelfde effect gehad hebben als op de hedendaagse mens. Het verklaart ook misschien waarom we dezelfde onderwerpen zien in de vele grotschilderingen die soms duizenden kilometers en evenveel jaren van elkaar verwijderd zijn.
Heel wat pagina’s worden ook gewijd aan het aantonen dat onze voorouders in de buurt van deze min of meer wereldwijd verspreide grotten wel degelijk toegang tot psychoactieve planten hadden. De grotschilderingen kunnen dan wel aanzien worden als religieuze kunst, in dit geval is de religieuze ervaring zeer waarschijnlijk verbonden met de shamanistische trance.
Belangrijk om te vermelden ook, is dat gaandeweg de auteur ook het idee overneemt dat de hersenen eerder fungeren als een ontvanger, dan als een generator. Wat concreet betekent dat de realiteit die we zien en ervaren ontvangen wordt door onze hersenen, maar dat het mogelijk lijkt te zijn om onder bepaalde voorwaarden (zoals eerder vernoemde trance, maar ook door magnetische stimulatie) de hersenen op andere kanalen af te stemmen, waardoor bijvoorbeeld visioenen ervaren worden. De implicatie zijnde dat deze visioenen niet zozeer gegenereerd worden door de hersenen, maar dat ons bewustzijn plots andere signalen kan verwerken die normaal niet ontvangen worden. Klinkt mogelijk vreemd, maar het is een theorie die ik meer en meer lees, eigenlijk. Ik vermeld het hier alvast, omdat heel het boek eigenlijk een intens samenhangend kluwen is, en het moeilijk is van het ene aspect op het andere over te gaan. Maar volg nog even mee, de reis is boeiend.
Wat vooruitspoelend, heeft men vastgesteld dat ongeveer 2% van de bevolking in staat is om spontaan in dit soort trances te gaan, waarbij men het lichaam eventueel lijkt te verlaten, en andere werelden ziet, vaak verbonden met grotten en rivieren, waarin men soms entiteiten lijkt te zien die bewust en intelligent overkomen. Dit is interessant vanwege het concept dat onze voorouders (zoals we nu nog kunnen leren uit volksverhalen van primitieve stammen) spreken over wezens die in een andere wereld leven, en die zowat exact overeenkomen in beschrijving met de elfen uit onze middeleeuwse verhalen en legenden (mijn geliefde Ierland bruist nog van die verhalen), én de “buitenaardse wezens” zoals die omschreven worden door mensen die beweren ontvoerd te zijn door aliens.
Mogelijk behoren de mensen die deze ervaringen beleven en vertellen (fantasten even uit het spotlicht gelaten) tot die 2% die spontaan de juiste trance kan ingaan - WANT, en hier wordt het leuk, ook in de visioenen van ayahuascera’s (gebruikers van ayahuasca) komen deze wezens voor, en doen ze precies hetzelfde in gelijkaardige locaties. Er is een thema van genezen en instrueren dat we zowel bij shamanen als bij ontvoeringen door buitenaardsen zien, er zijn tochten door grotten en rivieren, er is seksueel contact over de grens van de werelden heen, wat soms in de andere wereld zelfs tot kinderen kan leiden, enzoverder. Het concept van seks en huwelijk tussen een mens en een wezen uit de “andere wereld” is relatief normaal bij shamanen wereldwijd en van alle culturen, en, wat ik niet in het boek terugvond maar zelf wel nog wist: het is ook heel gewoon voor Voodoo priesters. Maar ook mensen ontvoerd door aliens vertellen soms over seksueel contact, en hoe ze bij latere ontmoetingen hun kinderen mochten zien en eventueel zelfs zogen - of hoe ze de hybride kinderen van onbekenden moesten zogen. Ook in de verhalen van zij die verdwaalden in het land van de elfen, komt seksuele voortplanting tussen mens en elf voor.
Het punt van dit alles, vind ikzelf, is niet zozeer dat er een parallelle wereld bestaat waarmee onder bepaalde omstandigheden interactie mogelijk is, maar, en hier hamert de auteur terecht ook op, de CONSISTENTIE van al deze ervaringen over de tijden en culturen heen. Van alles wat gehallucineerd kan worden, is het precies dit dat keer op keer uit onze geest naar boven komt, van onze holbewonende voorouders tot nu, of het nu spontaan, door dansen/zingen/muziek, of door consumptie van bepaalde hallucinogene middelen is. Het zit blijkbaar in de mens ingeprogrammeerd.
Opnieuw een beetje een sprong makend, dient het opgemerkt te worden dat shamanen in hun visioenen niet alleen seks hebben, maar dat ze er vooral ook wijsheid uit halen. In het geval van stammen in het amazonegebied betreft het heel concrete informatie over het gebruik van planten ter genezing van specifieke aandoeningen. Ze krijgen deze kennis van de “plantgeesten”, en het straffe is dat hun kennis nog wetenschappelijk correct is ook. Uit alle plantensoorten die groeien in het amazonewoud (en dat zijn er véél), kunnen ze dankzij de plantengeesten er precies de juiste uitpikken. En dat niet alleen, ze leren zelfs hoe ze bewerkt moeten worden. Ayahuasca zelf, bijvoorbeeld, heeft geen effect als het gewoon opgegeten wordt. Nee, de plant moet samen met een andere plant 72 uur borrelen in een pot, en dat brouwsel (met nog wat extra ingrediënten, zoals tabak) drinkt men dan op onder toezicht van de shamaan. Het proces is dermate complex dat het zeer onwaarschijnlijk wordt dat men het per toeval ontdekt heeft. Idem voor bijvoorbeeld curare. Er gaat wat bereiding aan vooraf, en dan nog is de stof onschadelijk bij aanraking of zelfs wanneer men het inslikt. Pas wanneer ze onderhuids aangebracht wordt, bijvoorbeeld door een pijlpunt, is het een dodelijk gif. Dat dit bij toeval ontdekt werd is onwaarschijnlijk, maar dat de “plantengeesten” deze kennis aan de mensen overdroegen is misschien niet minder onwaarschijnlijk.
Zit onze neiging om precies dit soort visioenen te krijgen in ons DNA? Opmerkelijk is dat Francis Crick, één van de personen die de Nobelprijs kregen voor de ontdekking van het DNA, af en toe hallucinogene middelen gebruikte om hem te helpen tot rust te komen en na te denken, en het was precies in zo’n visioen dat hij de structuur van het DNA, de dubbele helix, voor zich zag. Het soort visioenen dat ayahuascera’s gewend zijn in de vorm van in elkaar gedraaide slangen. Toevalstreffer? Er lijkt in elk geval een sterk verband te zijn me de hallucinogene/trance ervaring en DNA - ayahuascera’s kunnen zich getransformeerd voelen door de slangen, en door aliens ontvoerden vertellen regelmatig hoe ze de indruk kregen dat hun DNA gewijzigd werd. Beide kampen vertellen ook hoe het leven, DNA, niet op aarde onstaan is maar ontworpen werd door andere intelligente wezens, zij het goden of draken uit de hemel, of wezens van de andere kant van het heelal.
Er zijn ook best wat woorden te wijden aan ons DNA zelf. Het DNA van alle levende wezens, van mensen tot mieren, van walvissen tot kroppen sla, is opgebouwd met dezelfde basisblokken. Het bevindt zich in elke cel (twee keer zelfs, elke draad heeft een reservekopie), en kopieert zichzelf volledig vooraleer de cel zichzelf reproduceert door opsplitsing. Maar niet alles van ons DNA (of dat van andere levende wezens, maar laat ons nu even kijken naar het onze) wordt gebruikt. Slechts een gedeelte ervan is actief te noemen, terwijl een groot deel, vaak junk DNA genoemd, niet actief is. Hierin logica zoekend, komt men tot de vaststelling dat ons niet-actieve DNA sterke eigenschappen van een taal vertoont. Verschillende linguïstische tests (onder andere de Zipf test) suggereren zeer sterk dat ons junk DNA het equivalent is van een taal, eventueel dus gecodeerde informatie is. Dit geldt niet voor ons actieve DNA.
Curieus. En zou de shamanistische trance nou net toegang tot deze code geven?
Feit is in ieder geval, dat hallucinogene middelen als iboga en ayahuasca werken dankzij DMT (ofte dimethyltryptamine), een stof die van nature in kleine mate in onze hersenen voorkomt. De dosis verhogen, hetzij door het drinken van een ayahuasca brouwsel, hetzij door injectie in een labo, zorgt voor visioenen die zeer consequent zijn, en zelfs lineair in de tijd - wanneer men een tweede dosis neemt, dan gebeurt het dat de wezens in deze andere wereld de les gewoon verderzetten waar ze vorige keer gestopt was, of op zijn minst dat de gebruiker herkend en zelfs verwacht wordt.
Om terug te komen op het uitgangspunt van de auteur, namelijk een poging te onderzoeken wat er aan de basis van religies en de religieuze ervaring ligt: gaandeweg leert men dat hallucinogene middelen inderdaad een goede kanshebber zijn. De ervaringen van de profeet Ezekiël en andere figuren uit het christendom en judaïsme liggen perfect in lijn met wat we intussen weten over de shamanistische trance, de Grieken in Eleusis dienden eerst een vloeistof uit een beker te drinken alvorens ze visioenen van het leven-na-de-dood kregen, de vedische geschriften staan bol van de uiteenzettingen over soma (wellicht Amanita muscaria), de maya’s consumeerden om religieuze redenen ook hallucinogene paddestoelen, de wijze waarop de profeet Mohammed, die niet kon lezen, toch de engel Gabriël’s boek kon lezen loopt perfect synchroon met wat mensen in trance-werelden vertellen over boeken met belangrijk kennis die ze niet verwachten te kunnen lezen, maar wat hen toch lukt, en ga zo maar door.
De mens is wellicht nauw verbonden met de shamanistische ervaring, wat in het geval van sterke trances en/of bepaalde planten en brouwsels hem zodanig kan onderdompelen in CONSISTENTE andere werelden, dat deze ervaringen mogelijk (waarschijnlijk?) uiteindelijk leidden tot verschillende religies - met toch vaak een gelijkaardige basis en zelfs een gelijkaardige mythologie met sterk shamanistische thema’s. De Maya’s en Egyptenaren hebben allebei duidelijk theriantropen in hun pantheon, en speciale vermelding verdienen ook de muurschilderingen: zowel in de oude grotkunstwerken als in bepaalde Egyptische kunst zien we afbeeldingen van een man (met erectie) die achteroverligt in een hoek van ongeveer 37°, wat heden nog steeds ervaren wordt als een ideale positie om uittredingen te helpen bewerkstelligen.
Boeiende materie allemaal, maar veel, en zo dicht verweven dat het aan de ene zijde moeilijk is een samenvatting te maken, maar aan de andere zijde net zeer overtuigende, of op zijn minst interessante, argumenten en conclusies toont.
Het effect van ayahuasca en DMT verdient volgens mij in ieder geval meer studie. Het dient wel opgemerkt, dat niet alle hallucinogene middelen hetzelfde of zo’n sterk effect hebben als iboga of ayahuasca. Psilocibine paddestoelen, die de auteur voor zijn research ook uittestte, geven gewoon een beetje een vertekend beeld van de realiteit, met veranderingen in perceptie van diepte en kleuren, en bij hogere dosissen misschien wat toevoeging van vreemde elementen. Stoffen als ayahuasca gooien daarentegen de deuren naar een andere wereld wagenwijd open, terwijl het lichaam ter plekke blijft (en vaak misselijk wordt van het bittere drankje). En dat kan dan in de mens ingebakken zitten, maar men vraagt zich toch af waarom. Welk evolutionair nut heeft het om in dit soort trances terecht te kunnen komen? Hoe komt het dat uit de eencelligen van miljarden jaren geleden, de mogelijkheid tot zelfs spontane trances groeit, en zeker de mogelijkheid na zorgvuldige bereiding van bepaalde planten (en wie haalde het in zijn hoofd om dat soort brouwsels te gaan mengen, dagenlang?).
Persoonlijk, als iemand die zeer geboeid is door de menselijke geest, maar zelf niet geneigd is hallucinogene middelen te nemen, wil ik er nu wel meer over lezen. Wezens die sinds het begin der mensheid als leraar fungeren, misschien de mensheid (of DNA) geschapen hebben, en op wiens lessen we kunnen afstemmen door een dosis DMT te nemen? Ik weet het zo niet. Maar ik meen dat DMT en ayahuasca wel studie verdienen, vooral omdat de visioenen vaak informatie geven die de persoon die de visioenen ondergaat niet kon weten, maar wél correct is. Wetenschappers en andere sceptische Westerlingen vinden zonder uitzondering dat ze hun wereldbeeld grondig moeten herzien na het deelnemen aan een ayahuasca-sessie, of nadat ze een gecontroleerde dosis DMT geïnjecteerd kregen. Zelfs auteur Isabel Allende nam ooit ayahuasca om door haar writer’s block te komen.
Ik was vooral blij te merken dat de auteur geen vage trip beschreef, maar zijn stellingen grondig onderbouwt, en uitgebreid onderzoeken en studies en bevindingen van andere wetenschappers aanhaalt. Hoe vreemd de theorieën in het licht van de alledaagse banaalheid soms mogen lijken, ze komen nooit echt over als de waanbeelden van een drugsverslaafde. Ik vind trouwens ook nergens suggesties dat ayahuasca verslavend zou zijn, integendeel, het heeft eerder genezende eigenschappen. Ook van flashbacks zoals bij LSD lijkt geen sprake te zijn.
Mooie bonus is dat dit boek, naast de nodige foto’s en schetsen, ook enkele schilderijen en details van schilderijen van Pablo Amaringo publiceert, een Peruviaanse shamaan die zijn ayahuasca visioenen soms schildert.