Ghost in the Shell 2: Innocence (2004)
May 31st, 2009 by Erik
Ik was bevooroordeeld over manga. Mea Culpa. Het is de schuld van Candy en Akira. Maar op advies van een kennis bekeek ik Ghost in the Shell 2, en ik zie nu in dat niet alle Japanse animatie over dezelfde kam gegooid mag worden.

Ghost in the Shell 1 moet ik nog bekijken, maar dat zal ik, nu ik deel 2 gezien heb, zeer zeker doen. Innocence bouwt een beetje voort op deel 1, maar gelukkig volstaan de inleiding en de aanwijzingen in deel 2 om de nodige touwtjes aan elkaar te knopen - Innocence kan dus perfect apart bekeken worden.
Hoofdpersonage is een cyborg genaamd Batou, die als werkkracht in een speciaal onderzoeksteam op een zaak gezet wordt van vrouwelijke seksrobots (”gynoids” - mooie term trouwens) die tilt slaan, moorden, en vervolgens zelfmoord plegen. Het onderzoek leidt hem via yakuza naar een poppenmaker die buiten territoriale wateren prototypes maakt van zijn nieuwe gynoids. Buiten de territoriale wateren, want daar gelden immers minder beperkingen en regels, kan hij vrij zijn gangen gaan, en testen en produceren zonder dat de overheid meekijkt.
Doordat de nieuwe gynoids nog in het stadium van prototype zijn, kunnen vrijwilligers ze gratis testen. En doordat het sekspoppen zijn, maakt de familie de zaak niet publiek wanneer de vrijwilliger door de gynoid vermoord werd, om schande te voorkomen.
De kracht van Innocence zit hem niet zozeer in het verhaal, maar in de manier waarop het gegeven ingevuld wordt. Grafisch zijn er fenomenale momenten, met een geslaagde cocktail van manga tekenfilm tegen een computergegenereerde achtergrond, en met een esthetiek die gaat van duistere noir-achtige straatjes in een Japanse grootstad, tot een huwelijk van traditionele Japanse kunst met high-tech. De échte kracht zit hem in de vragen die de film stelt, de suggesties die opgeworpen worden, en hoe, in typisch Japanse stijl, er niet echt een duidelijk goed en kwaad is (in tegenstelling tot ons Westerse entertainment, waar de goeden en de slechten duidelijk herkenbaar moeten zijn, en de goeden moeten winnen).
Vanaf wanneer heeft een pop, een robot, bewustzijn? Na toevoeging van hoeveel electronische snufjes wordt een mensenlichaam niet langer menselijk? Wat is het verschil tussen een geest in een poppenlichaam en een geest in een menselijk lichaam? Is het menselijk lichaam niet ook een geanimeerde machine? Hoe bewijs je dat wat je op dit moment beleefd, geen virtuele realiteit is? Wat als de geest los van het lichaam kan overleven? Wat als de geest kan overgeplaatst - of gekopieerd - worden in een ander lichaam? Wat als die geest zelf een lichaam kan kiezen? Wat als iemand anders je geest “hackt”? Hoe weet je dan nog wat “echt” is?
Een meisje roept dat ze geen pop wilde worden, waarop een bezielde anroïde antwoordt: “We huilen om de schreeuw van de vogel, niet om het bloed van de vis. Gezegend zijn zij die een stem hebben. Als de poppen konden praten, zouden ze roepen dat ze geen mens wilden worden.”
Of wat dacht je van deze opmerking: “De pop van een klein meisje is geen surrogaatbaby. Kleine meisjes imiteren niet het opvoeden van een kind. Ze ervaren iets wat sterk lijkt op het opvoeden van een kind.”
Een film die meer vragen stelt dan antwoorden geeft. Zeer mooi. En een vraag die ik me persoonlijk stel: is de basset een knipoog naar de film Avalon?
Los van mijn fascinatie met bewustzijn en mensachtige poppen/robots, vind ik deze film ook om de talloze citaten en uitspraken, en gewoon de algemene stijl, best de moeite waard. Japanse filmmakers (en tekenfilmmakers, kennelijk) verstaan de kunst van de pauze, de betekenisvolle stilte, de toespeling. De personages hebben diepte, en mijn enige klacht over de film is dat hij eigenlijk te kort is - wellicht om ook te kunnen scoren op de Amerikaanse markt (er was immers zo’n 20 miljoen dollar mee gemoeid). Er was ruimte voor nog meer verkenning van de verschillende personages. Maar vooral ook: het verhaal is niet altijd helemaal continu. Sommige dingen zijn een beetje onduidelijk, wat enigszins weggemoffeld wordt door overweldigende visuele kunstwerkjes met bijpassende muziek.
Maar, aan de eindafrekening kan ik enkel zeggen dat ik de film zeer geslaagd vind. Mogelijk zijn de gaten die ik vind eigenlijk geen gaten voor wie de eerste film gezien heeft. Maar wat ook zeker mogelijk is, is dat de gaten niet bestaan in de strips waarop de film gebaseerd is, maar om één of andere reden niet naar het nieuwe medium vertaald werden. Watchmen lijdt hier ook enorm onder, en wel meer op strips gebaseerde films hebben dat probleem.
Positief is ook dat de tekenstijl in Innocence niet de manga-stijl is die ik verwacht had, maar een veel volwassener, ruwere stijl - al bewegen de personages soms nog wel wat schokkerig over het scherm. Maar dat is te vergeven dankzij de vele positieve punten aan dit werk.
Aanschouw de opening:


