November 20th, 2008 by Erik
Onderstaand boek las ik eigenlijk in aanloop naar Halloween. Een ernstige, zelfs wetenschappelijke, studie van bepaalde fenomenen die men soms “paranormaal” pleegt te noemen, kan me best wel boeien, en omdat Halloween nu eenmaal traditioneel een feest is waarin de geesten van de overledenen centraal staan, vond ik dit boek wel passend om langzaam in the mood te komen.

Swan on a Black Sea, voor het eerst gepubliceerd in 1965 (ik heb de herziene editie van 1970) is een vrij ongewoon boek. De hoofdmoot bestaat immers uit scripts, schrijfsels die door automatisch schrijven tot stand gekomen zijn.
Op zich lijkt dit misschien niet zo speciaal, automatisch schrijven bestaat al lang, en werd/wordt gebruikt door zowel goedmenende onderzoekers, goedgelovige amateurs, en goedverdienende charlatans. Er zijn echter een aantal elementen die Swan on a Black Sea wel degelijk bijzonder maken. Heel bijzonder zelfs.
Er hangt een beetje een geschiedenis aan vast, dus laat ik beginnen bij het begin. Op 31 augustus 1956 stierf Mrs. Charles Coombe Tennant (geboren als Winifred Pearce-Serocold). Deze dame had de gave van automatisch schrijven en automatisch spreken, wat inhoudt dat ze dus (veronderstelde) communicaties van overleden mensen via schrift of spraak kon doorgeven aan de levenden. Onder het pseudoniem “Mrs. Willett” schreef ze onder andere bijvoorbeeld communicaties neer die zouden komen van verschillende oprichtende leden van de Britse Society for Psychical Research. En niet alleen zij, in dezelfde periode kregen nog andere mediums onafhankelijk dezelfde personen “aan de lijn” (of hoe zegt men dat?), zodat een significant web van onderling verbonden communicaties ontstond, een web dat door heel wat experts bestudeerd werd, en het onderwerp vormt van menig essay en enkele boeken. Het zogenaamde “cross-correspondence” fenomeen.
Mrs. Coombe Tennant zelf hield haar mediumschap angstvallig geheim, betrok enkel intimi en oprechte onderzoekers erbij, en publiceerde altijd onder een pseudoniem. Ze had immers publieke activiteiten die ongetwijfeld zouden lijden onder een associatie met spookiness… Haar man, die 22 jaar ouder was dan zij, had geen probleem met haar mediumschap, maar enkele familieleden wel - een extra reden om zeer discreet te zijn. Overigens trouwde haar schoonzuster Eveleen met F.W.H.Myers, auteur van het posthuum gepubliceerde, en intussen tot klassieker verworden, “Human Personality And Its Survival Of Bodily Death”. Mrs. Coombe Tennant’s oudste zoon (ze had vier kinderen) Christopher stierf in de Vlaamsche Velden in 1917, aan hem werd de emotionele biografie Christopher gewijd.
Publiekelijk was Mrs. Coombe Tennant een enthousiaste voorvechter van het vrouwenstemrecht. Tijdens de oorlog van ‘14-’18 was ze Vice-chairman of the Glanmorganshire Women’s Agricultural Committee, en vanaf 1917 Chairman of the Neath and District War-Pensions Committee. In 1920 werd ze Justice of the Peace te Glanmorganshire, de eerste vrouwelijke magistraat daar. Van 1920 tot 1931 was ze één van de Visiting Justices in Swansea prison. Ze was politiek sterk liberaal, en in 1922 zelfs (zonder succes) Liberaal kandidaat voor het Forest of Dean kiesdisctrict. Na WO1 had ze ook goede hoop in de pasgevormde League of Nations, waarvoor ze door de Britse overheid als eerste vrouwelijke afgevaardigde aangeduid werd.
Ik geloof dat dit wel aantoont dat zij geen lichtgelovige vrouw was die met haar hoofd in de wolken leefde, maar integendeel een vrouw die gedrevenheid en idealen kende, en die tegelijk goede redenen had om niet onder haar echte naam als medium te publiceren. Ze was zeer intelligent, artistiek begiftigd, praktisch en efficiënt, en met een onderwijs en kennis die ze nooit liet roesten. Kortom, een vrouw naar mijn hart. Ze was echter niet zo begaafd in psychologische analyse of filosofische speculatie, wat geen schande is, maar waardoor bepaalde communicaties die ze als medium doorkreeg soms boven haar hoofd gingen - of zoals ze het zelf vaak stelde “It is all so much Greek to me”.
Als medium was ze zeer succesvol, in de zin dat de producten van haar mediumistische (is dat een woord?) trances vaak spraken over persoonlijke details van de overledenen en hun familieleden en geliefden, of uit het leven van de nu overledene, die verifieerbaar waren. Heel wat van deze communicaties werden gepubliceerd in de nieuwsbrief van de Society for Psychical Research, en/of zijn opvraagbaar uit hun archieven.
Er is heel wat bekend over het leven van Mrs. Coombe Tennant, maar het interessantste moet nog komen. Na haar dood in 1956 begon een ander medium in hoog aanzien, Geraldine Cummins, communicaties van een zekere Mrs. Wills te krijgen - wat sterk lijkt op “Mrs. Willett”, het pseudoniem van Mrs. Coombe Tennant. En deze Mrs. Wills blijkt bijzonder goed in staat, in vergelijking met andere contactpersonen uit het hiernamaals, om via een medium te communiceren - zoals ze zelf beweert, omdat ze als voormalig medium precies de moeilijkheden kent die communicatie middels een medium met zich meebrengt. Zo blijken namen moeilijker communiceerbaar dan beelden of beschrijvingen of indrukken, maar daar vindt de “geest van Mrs. Coombe Tennant” trukjes op, zodat Geraldine Cummins exact kan neerschrijven wat ze bedoelt.
Hoewel Geraldine Cummins Mrs. Coombe Tennant niet kende, en ook de referentie naar Mrs. Wills/Willett niet snapte, zijn de scripts opmerkelijk omdat er niet alleen verifieerbare feiten gecommuniceerd worden, die vaak enkel aan intimi bekend waren, maar ook omdat de persoonlijkheid die het schrijven doet een continuïteit vertoont met de persoonlijkheid van Mrs. Coombe Tennant zoals haar nabestaanden haar kenden.
De twee elementen die bij mediumistische communicaties van belang zijn, opdat ze enige waarde zouden hebben, zijn deze: 1) de feitelijke informatie in de communicatie, en 2) de dramatische vorm van de communicatie. In de scripts van Geraldine Cummins, waar Mrs. CT beweert te spreken, zien we dat beide elementen congruent zijn met de persoonlijkheid en de kennis van Mrs. CT terwijl ze in leven was. Vele feiten konden ook nagetrokken worden dankzij haar nabestaanden, inclusief dingen die onduidelijk waren voor zelfs vrienden van Mrs. CT - zoals het feit dat ze haar zoon Christopher toen hij klein was soms “George” noemde.
Het lijkt, zoals professor C.D. Broad schrijft in het voorwoord, allemaal te passen zoals een handschoen.
De lezer kan rustig alle scripts doorlezen, en de vele voetnoten die erbij horen, en zelf oordelen. Een volledige tijdlijn van het leven van Mrs. CT en Mrs. Cummins is voor de duidelijkheid ook bijgevoegd, zodat de lezer zonder al teveel zoeken duidelijk kan zien wanneer wat gebeurde, gecommuniceerd werd, gepubliceerd werd, etc… Er zijn in totaal 40 scripts, sommige langer dan andere, sommige boeiender en opmerkelijker dan andere.
Aan het einde van het boek schrijft Geraldine Cummins nog wat persoonlijke biografische achtergrond, en wat meer uitleg over hoe haar “communicatielijnen met de geestenwereld” tot stand komen.
“Swan on a Black Sea” is één van de twee boeken over deze zaak die ik bezit; de andere is “The Road to Immortality”, ook door Geraldine Cummins. Onnodig te zeggen dat ik dit een opmerkelijke zaak vind, en het zonde zou vinden als gebeurtenissen als deze zonder boe of ba verdwijnen in de annalen van de geschiedenis. Of de communicaties inderdaad van een soort verderlevende geest van Mrs. Charles Coombe Tennant zijn, laat ik in het midden. Maar dat de gebeurtenissen rond haar persoon voor en na haar dood op zijn zachtst gezegd opmerkelijk zijn, dat staat volgens mij buiten kijf. Een interessante zaak, het bestuderen waard.