June 23rd, 2008 by Erik
Ik zit de laatste tijd vaak in de boeken die zich in de psychologie en de rand daarvan bevinden te lezen, en in dat kader moet ook Entangled Minds gezien worden.

Entangled Minds is een boek over de wetenschappelijke studies van dingen dien men vroeger als paranormaal beschouwde, en meer specifiek over de eigenschappen van de menselijke geest. Eerder, enkele jaren geleden, las ik The Conscious Universe van dezelfde auteur, en ik merkte dat Entangled Minds op hetzelfde principe verderbouwt, maar gelukkig een stuk leesbaarder is. Voldoende droge cijfers om beweringen te staven, maar niet zoveel dat men het boek opzij legt wegens te wiskundig. Maar dat het gebaseerd is op talloze wetenschappelijke studies uitgevoerd over vele jaren en op vele plaatsen, is een van de sterke punten van dit boek. Het is geen zweverig New Age gokken of wishful thinking, de auteur praat enkel over feiten, en conclusies die daaruit getrokken kunnen worden.
De vragen die het boek stelt, zijn er ook die me al sinds mijn jeugd boeien. Is de mens in staat te voelen wat er gebeurt met geliefden over duizenden kilometers afstand? Hoe komt het dat we soms precies weten wie er belt, nog voor we de telefoon opnemen (en zonder te spieken op het schermpje)? Is het mogelijk om iets te zien zonder de traditionele zintuigen daarvoor te gebruiken?
Het antwoord dat dit boek geeft is een duidelijke “Ja”. Of eigenlijk een “Ja, maar…”.
De auteur begint, na het voorwoord, met een overzicht van de geschiedenis van het onderzoek naar psychic phenomena, kortweg psi. Het universum waarin we leven is er een waarin alles met alles verbonden lijkt op het quantumniveau. Entangled Minds verkent de mogelijkheden van zo’n universum, en hoe onze quantumrealiteit een mogelijke verklaring kan bieden voor buitenzintuiglijke ervaringen. Maar opdat een verklaring nodig zou zijn, is het eerst nodig om vast te stellen dat er inderdaad zoiets is als buitenzintuiglijke waarneming.
De vergelijking wordt, tussen haakjes, heel kort ook gemaakt met de zogenaamde siddhis, of bovennatuurlijke krachten van gevorderde yogi’s zoals beschreven in Patanjali’s Yoga Sutras. Deze krachten worden niet beschreven als onbereikbare sprookjes, maar als een pragmatisch gevolg van het beoefenen van meditatie. Ik stip dit even aan omdat ditzelfde concept van siddhis ook vermeld wordt in een boek dat ik eerder besprak: Alien Identities.
Een overzicht wordt ook gegeven hoe wetenschappelijke ontdekkingen, vooral op het vlak van fysica, steeds leidden tot een nieuw wereldbeeld, en hoe vooral quantumfysica ons wereldbeeld op zijn grondvesten deed daveren. De realiteit was een stuk vreemder en minder mechanisch dan we tot dan toe dachten (tenminste voor mensen bekend met deze feiten, ik herinner me dat ik in de lagere en middelbare school toch vooral over een mechanisch universum leerde waar de wetten van gekend waren. Maar dat zegt misschien meer over onze school dan over hoe deze kennis overgedragen wordt aan jongere generaties). Entanglement, of verweving, slaat op een voorspelling in de quantumtheorie die Einstein niet echt kon geloven, maar die intussen wel meermaals aangetoond is: verbinding tussen gescheiden deeltjes blijft bestaan ongeacht afstand. Deze verbindingen zijn instant, en staan los van de bekende tijdsstroming.
Wie deze eigenschap nog niet kende, laat ze gerust even inzinken. Deeltjes die gescheiden werden, communiceren ogenblikkelijk, ongeacht hoe ver ze van elkaar gescheiden geraakt zijn, zonder merkbare tussenliggende communicatielijn. Een verandering aangebracht in één zo’n deeltje, brengt zonder vertraging een reactie teweeg in het andere deeltje, ongeacht hun afstand van elkaar.
En niet enkel microscopisch kleine deeltjes doen dit, verweving werd zelfs aangetoond in de atomen van vierkante centimeters zout, en de miljarden atomen van gaswolken. Photonen die door metalen platen geschoten werden bleven verweven zelfs aan de andere zijde. Ook na een reis van 50 kilometer door optische kabels, ook in de open atmosfeer.
We zijn omringd door verweven deeltjes. De vraag die men kan stellen, is of dit een betekenisvolle impact heeft op onze menselijke ervaring - en of dit iets te maken heeft of kan hebben met psi. Dean Radin antwoordt hierop “Ja”.
Fysicus Juhann Summhammer stelde in 2005 dat, omdat deze verweving overal is, het denkbaar is dat de natuurlijke evolutie er gebruik van gemaakt heeft. “It could coordinate the behaviour of members of a species, because it is independent of distance and requires no physical link.” Een grappige anecdote in dit kader is het waargebeurde verhaal van twee tweelingbroers, die gescheiden van elkaar opgroeiden. Zonder met elkaar te communiceren noemden de adoptieouders beide jongens Jim, en elk van de jongens trouwde met een vrouw die Betty heette, scheidde ervan, en hertrouwde met een vrouw die Linda heette. Beiden waren ze brandweerman, en allebei hadden ze een ronde bank rond een boom in hun tuin gebouwd. Kan dit komen door voorgeprogrammeerde genen die “Betty neigingen” of “Linda neigingen” of “brandweerman neigingen” vertonen? Of kan het eventueel komen door “verweven Jims”?
Intrigerend als dit soort verhalen zijn, ze gelden natuurlijk niet als wetenschappelijk bewijs. In 1965 publiceerde het tijdschrift Science een studie die aantoonde dat er onverwacht veel gelijkenissen zijn tussen EEG’s van bij de geboorte gescheiden tweelingen. Wanneer één van beide gevraagd werd de ogen te sluiten, zorgde dit voor een toename van de alfaritmes van de hersenen in allebei. Dit verband werd niet vastgesteld in tests met twee personen die niets met elkaar te maken hadden. Dit is slechts een van de vele voorbeelden van studies die in Entangled Minds beschreven staan. Het boek stelt voor om de mogelijkheid dat onze hersenen -onze geest- in verbinding staan met het universum ernstig te nemen.
In het overzicht van de geschiedenis van wetenschap en psi onderzoek, leren we ook dat vele wetenschappers juist vanuit een interesse in psi fenomenen op het pad van wetenschap belandden, in de hoop een verklaring te vinden voor hun eigen ervaringen en de verhalen van anderen. Hans Berger, de ontdekker van ritmische alfa-hersengolven, en uitvinder van de EEG (electroencephalogram, niet de Europese Economische Gemeenschap), was zo iemand. De meeste neurologen weten wellicht niet dat hun tak van de medische wetenschap onstond door een telepathische ervaring die Hans Berger had, of dat de cerbrale cortex, de corpus callosum en corpus striatum accuraat beschreven werden tweehonderd jaar voor het tot stand komen van de moderne neurowetenschap.
Naast een overzicht van de wetenschap en hoe psi onderzoek daarin groeide, wordt er ook even (beperkt) uitgeweid over bijgeloven en fenomenen als orakels. De klassieke anecdote van Jung en de scarabee wordt ook verteld, evenals een overzicht van de ideeën van Franz Anton Mesmer.
Hoofdstuk 5 komt tot de kern van het boek: “Putting Psi to the Test“. Dit hoofdstuk overloopt verschillende soorten psi tests en hun geschiedenis, waarbij het vaak duidelijk wordt dat de resultaten statistisch significant waren. Leken zullen vaak beweren dat psi tests alleen positieve resultaten lijken te geven omdat men niet grondig genoeg andere mogelijkheden uitsluit, maar de waarheid is echter dat men voor deze tests juist grondiger te werk gaat dan doorgaans het geval is, precies omdat men zo’n taboe-onderwerp onderzoekt, en dus andere mogelijke verklaringen moet kunnen uitsluiten. En dan nog zullen veel mensen, leken zowel als wetenschappers, hun ogen sluiten voor de resultaten, of ze afdoen als niet significant.
Een voorbeeld van een test: het subject diende één bepaald vak van een 6X8 dambord aan te wijzen dat een andere persoon (soms wel, soms niet in dezelfde kamer) in gedachten had. Deze test had een succesratio van 60 successen op 187 tests, in plaats van de 4 successen die men volgens kansberekening zou verwachten. De kans dat dit toeval was is 121 triljoen tegen 1.
Tests met helderziendheid, telepathie, en remote viewing kennen vergelijkbare resultaten. Geen 100% slaagratio, maar een ratio dat significant beter is dan we volgens kansberekening kunnen verwachten.
In de volgende hoofstukken worden duizenden dergelijke tests en studies bekeken, die apart genomen enigszins opmerkelijk zijn, maar samengenomen vormen ze een zéér sterk argument voor herhaalbare, wetenschappelijk aantoonbare psi effecten. Dit gaat van bewuste psi (doelgerichte telepathische boodschappen, bijvoorbeeld, of het gevoel dat iemand naar je kijkt) tot onbewuste psi (het voorgevoel, onbeuwste fysiologische wijzingen). Psi kan, zo blijkt, gezien worden als informatieoverdracht.
Ook de invloed van de geest op het materiële wordt onderzocht, zoals het beïnvloeden van dobbelstenen, en ook hier blijkt dat de resultaten belangrijk verschillen van wat te verwachten is bij toeval, ten voordele van psi. En psi blijkt ook terug te kunnen gaan, of vooruit, in de tijd - dat, of we moeten ons begrip van het concept “tijd” grondig bijschaven… Zelfs levende cellen en bacteriën kunnen, zo blijkt, beïnvloed worden door psi.
Mocht dit alles echter reeds grondig het wereldbeeld van de lezer verstoren, dan zal dat vanaf hoofdstuk 11 nog veel meer gebeuren. Hoewel de auteur nergens de indruk wilde wekken dat psi een strikt individuele actieve gave of vaardigheid is, maar eerder ervan uitging dat men kan leren “intappen” op iets wat aan de basis van de fysica ligt en het individu overstijgt, klinkt het idee van een web van verbindingen door middel van psi (zoals onze hersenen bestaan uit een web van neuronen) die een soort collectieve geest maken wellicht vergezocht. En toch. Stel dat we dit idee testen? Stel dat geest en materie een grotere interactie kennen dan we vaak voor waar aannemen. Als één van beide kanten van de vergelijking (geest) ordelijker wordt, wordt de andere zijde (materie) dan ook ordelijker?
Dit idee werd getest in zogenaamde field consciousness experiments, oftwel veldbewustzijnsexperimenten, met Random Number Generators, of RNG’s. En wat bleek? Steevast kwamen willekeurige reeksen van nummers uit de RNG’s, tot wanneer een groep mensen zich zeer sterk focuste op 1 specifiek ding (een gedachte, een gebeurtenis, een voorwerp); dan genereerden de RNG’s veel ordelijkere reeksen nummers. Geen perfecte orde, maar, opnieuw, véél ordelijker dan men door kansberekening kan verwachten.
We kennen allemaal het gevoel van groepscoherentie, synergetische momenten waarbij de groep heel erg samenhangt en spontaan in dezelfde lijn denkt, en zo uitzonderlijke dingen presteert. Een test werd uitgevoerd waarbij een groep mensen vergaderde, en er een nota van moest maken wanneer en wanneer men niet dit gevoel had. RNG’s die in de buurt stonden zouden dan, hopelijk, ordelijker worden wanneer dit gevoel van groepscoherentie zich voordeed, en minder ordelijk wanneer het zich niet voordeed. En wat bleek? In honderd procent van de gevallen kwamen de twee overeen.
Het Global Consciousness Project werd opgericht om dit verder te onderzoeken. Het GCP bestaat uit RNG’s verspreid over de wereld, waar de output van bijgehouden wordt om na te gaan of die bij gebeurtenissen van globaal belang, of waar een groot deel van de wereld op gefocust is, ordelijker worden. En jawel hoor, deze nummerreeksen werden beduidend ordelijker bij gebeurtenissen als de terroristische aanslagen van 11 september 2001, de begrafenis van de Britse prinses Diana (door miljoenen live op televisie bekeken), rampen zoals tsunami’s die uitgebreid in het nieuws komen, zelfs de finale van de Superbowl, etcetera…
En het opmerkelijke hieraan is, dat, in het geval van 9/11, de nummers hun willekeurigheid begonnen te verliezen twee uur vóór het eerste vliegtuig in de Twin Towers vloog. Alsof de wereld collectief de adem inhield, en voelde dat iets belangrijks stond te gebeuren.
In het laatste deel van het boek besluit de auteur opnieuw dat ons wereldbeeld grondig moet herbekeken worden. Er wordt weerom verwezen naar quantumfysica en het vreemde (of voor de mens in elk geval niet-intuïtieve) gedrag van deeltjes op die schaal. De oude fysica, het universum als een groot mechanisch geheel, is reeds lang de deur uit, maar de betekenis van de nieuwe fysica sijpelt slechts traag door. In een quantumrealiteit past psi perfect, en kan men beginnen het proberen te verklaren. Het boek besluit dan ook met enkele theorieën omtrent psi, en een reactie van de auteur op verschillende mythes die rond het concept “psi” leven.
Al bij al zeer boeiende lectuur, en de auteur doet zijn best om een balans te vinden tussen technische uitleg en het leesbaar houden van het boek. Iets waar hij overigens zeker in slaagde. Ik kan dit boek alleen maar aanraden aan iedereen die in deze fenomenen echt geïnteresseerd is.