January 30th, 2008 by admin
Om toch niet enkel over films te schrijven, maar dit blog open te trekken naar iets meer interesses van me (voor zij die het lezen in de hoop iets meer over mijn veelzijdige persoontje te weten te komen) plaats ik bij deze een boekbespreking. Hoewel ik minder tijd neem om te lezen dan vroeger, hoop ik toch ook af en toe zo’n bespreking hier te kunnen plaatsen. Kwestie van toch niet het idee te geven dat mijn leven draait rond horrorfilms. Ik heb een zwak voor het genre, maar besef dat ik me op dit blog misschien verkeerdelijk als een filmnerd kan overkomen… Vandaar, een boekbespreking.

Ik kwam de titel “Mindfulness” voor het eerst tegen in het kader van mijn interesse in levensverlenging. Meer specifiek in het kader van jong houden van lichaam en geest. Onlangs zag ik in de boekhandel, de Fnac in Gent geloof ik, dat er reeds een hele reeks boeken over het onderwerp verschenen is, het ene al vager en onpraktischer dan het andere. Ik houd me bij de brontekst, omdat ik de studies die erin staan ook vooral interessant vind, en weinig geloof hecht aan spin-off zelfhulpboeken. Wie zichzelf wil helpen of verbeteren moet zichzelf optrekken, geen boek kan dat doen, het is een attitude die men dient te hebben. Maar, boeken kunnen wel tips of technieken geven. Al teveel mensen kopen echter een boek maar proberen de technieken niet uit, of doen dat enkele dagen vooraleer ze terug verzanden in hun oude gedrag - dat zijn de mensen die de massamarkt aan zelfhulpboeken in stand houden.
Mindfulness is opgesplitst in twee delen. In het eerste deel, Mindlessness, vertelt de schrijfster over wat een gebrek aan mindfulness inhoudt, de gevolgen en de oorzaken. In het tweede deel, Mindfulness, bespreekt ze manieren om meer mindful en minder mindless te zijn, alles gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en experiment.
De titel van het tweede hoofdstuk (Hoofdstuk 1 is de introductie) vat eigenlijk al samen wat we dienen te verstaan onder mindlessness: “When The Light’s On and Nobody’s Home”. Op automatische piloot staan, geleid door wat Colin Wilson “de robot” noemt, ons onderbewuste; mindlessness is wanneer we niet bewust aanwezig zijn of deelnemen aan de realiteit rond ons. Mevrouw Langer deelt mindlessness op in drie delen: “Entrapment by Category” (a), “Automatic Behaviour” (b) en “Acting From a Single Perspective” (c) (mijn “nummering”). Bij elk deel wordt een voorbeeld gegeven waardoor duidelijk wordt wat ze bedoelt.
(a) Entrapment by category. We ervaren de wereld rond ons door categorieën te scheppen, en er onderscheid tussen te maken. “Dit is een Chinese vaas, geen Japanse”, “Zij is nu zijn baas”, etc.. Op deze wijze scheppen we een beeld van de wereld en onszelf erin. Het maken van nieuwe categorieën is op zich mindful, maar mindlessness zet in wanneer we te hard leunen op categorieën en onderscheiden die in het verleden gemaakt werden. Deze categorieën zijn echter geconstrueerde ideeën, en moeten als dusdanig aanzien worden, niet als vaststaande natuurwetten.
(b) Automatic Behaviour. Heel wat acties die we als intelligent beschouwen, zoals lezen en schrijven, kunnen eigenlijk zeer automatisch gedaan worden. Een voorbeeld toont aan dat we, in interacties, vaak meer aandacht geven aan de structuur van de interactie dan aan de eigenlijke inhoud (iets wat ik zelf ook regelmatig vaststel in mezelf en anderen, maar waar ik maar moeilijk, en sporadisch, aan ontsnap). De auteur geeft het voorbeeld van een kopieerapparaat (en ik heb het getest, het werkt écht soms). Wanneer je op kantoor een kopie dient te maken, en er staat een rij wachtenden aan het kopieerapparaat, dan volstaat het soms om te zeggen “Mag ik even voorgaan, want…” en dan EENDER WELKE REDEN toe te voegen. Zelfs “Mag ik even voorgaan, want ik moet dit kopiëren” kan volstaan (écht!) opdat anderen je voor laten gaan. Dat je een reden opgeeft is voldoende om gebruik te maken van het automatisch gedrag van anderen; doordat ze meer reageren op structuur van wat je zegt dan op de eigenlijke inhoud, is de kans groot dat je effectief voor mag gaan. De enige voorwaarde is dat de reden binnen het kader moet passen. “Mag ik even voorgaan, want mijn grootmoeder staat in brand” zal wellicht niet werken, omdat het niet binnen de context past en dus het automatische gedrag (de trance) doorbreekt. Zolang het in een passend en vertrouwd kader is, echter, is alles toegestaan.
(c) Acting From a Single Perspective. Dit is in essentie handelen alsof er slechts één juiste manier is. Het is het nauwlettend volgen van een recept, alsof de kookpot misschien zal ontploffen als er vier snuifjes zout invallen in plaats van slechts 1 zoals het recept voorschrijft. Een mooi voorbeeld staat in het boek: als experiment liet men een vrouw aan voorbijgangers vertellen dat ze haar knie verstuikt had, waarna ze vroeg of de voorbijganger alsjeblieft een ACE verband zou willen gaan halen. De dichtstbijzijnde apotheker zat mee in het complot, en wanneer de voorbijgangers om zo’n verband vroegen, vertelde de apotheker dat die momenteel niet voorradig waren. Niet een op de 25 voorbijgangers kwam op het idee om de apotheker om een alternatief, of een ander merk, te vragen; ze keerden gewoon terug naar de “gekwetste” dame om haar het slechte nieuws te vertellen.
(Ik hou wel van dit soort experimenten)
In hoofdstuk drie verkent Langer de bronnen van mindlessness.
Freud wees erop dat de regels die we gebruiken om voor het eerst de wereld te begrijpen, later tot een verkeerd beeld kunnen leiden. We hebben echter de neiging ons te blijven vasthouden aan deze regels en de categoriën die we op basis daarvan creëren. Redenen daarvoor zijn onder andere herhaling, oefening, en wat psychologen premature cognitive commitment noemen.
Een aangeleerde activiteit valt weg uit onze bewuste geest. Iedereen die kan radio luisteren tijdens het autorijden, of borduren tijdens het tv kijken, weet dit. Op den duur worden aangeleerde taken zo automatisch dat we ze nog altijd kunnen, maar niet altijd meer weten hoe we ze doen. Je opnieuw bewust bezig houden met de taak, bijvoorbeeld een auto starten, heeft soms het verrassende resultaat dat het moeilijker wordt - het is makkelijker het onbewuste dit foutloos te laten doen. Letten op hoe je typt, vertraagt het typen - automatisch gaat (voor wie geoefend is) veel sneller. Een bekende structuur of een bekend proces leidt mede tot mentale luiheid, zo stelt Langer.
Premature cognitive commitment is het ontwikkelen van een bepaald denkbeeld wanneer we iets voor het eerst tegenkomen, en dan aan dat denkbeeld blijven vasthouden wanneer we dat “iets” opnieuw tegenkomen. In een test toonden Langer en haar collega’s aan dat de manier waarop we voor het eerst informatie opnemen, bepalend is voor hoe we die informatie later gebruiken. En dat is niet altijd nuttig, men moet kunnen en durven eerdere informatie herbekijken om tot een vollediger, grondiger, of veelzijdiger begrip te komen, of om meer mogelijkheden te zien.
Er volgt ook een mooi voorbeeld over geloof in beperkte bronnen (resources). Het gegeven voorbeeld is er eentje dat ik vaak zelf ook gebruik, zij het om een andere reden. Volgens Langer is een mede-veroorzaker van mindlessness het idee dat bepaalde bronnen beperkt zijn. Dat is echter vaak een perceptie. Liefde is bijvoorbeeld niet in schaarse hoeveelheden aanwezig, houden van een bepaalde persoon betekent niet dat de liefde voor een andere persoon daarom zal verminderen, er is niet een bepaalde hoeveelheid liefde die verdeeld moet worden tussen een bepaald aantal personen. Liefde is immers een proces, geen ding. Hetzelfde voor geld; geld is reeds een abstractie, er wordt bijgemaakt en verloren, en is dus niet zo beperkt als men vaak denkt. (Hier geeft Langer ook een aantal voorbeelden waar ik het niet altijd mee eens ben, en waar ze pleit voor een bepaald gevoel dat komt met het bijvoorbeeld verkrijgen van veel geld, alsof dat gevoel belangrijker is dan het geld. Ik zie haar punt, maar denk niet dat je dat gevoel kan “faken”. Je kan je onderbewuste volgens mij niet in die mate voor de gek houden). Een ander leuk voorbeeld is het idee dat men na het paren dient te rusten. Bij mensen en andere dieren wordt het mannetje een beetje loom wanneer het liefdesspel over is. Hoe relatief dit eigenlijk is blijkt uit testen: introduceer kort na het paren een nieuw vrouwtje, en het mannetje is gegarandeerd weer wakker en actief!
Een belangrijk punt in het boek, wat meermaals benadrukt wordt, is een toespitsing op het proces, liever dan de uitkomst. Langer stelt dat het nuttiger is om meer belang te hechten aan het proces, hoe men tot een bepaald doel komt, dan aan het doel op zich. Ergens volg ik haar daar zeker in, het is door het proces dat men bijleert, dat men leert hoe een doel te bereiken, en er is niet altijd slechts één manier om een doel te bereiken, al denkt men vaak dat dat wel zo is. Hoewel ik evengoed van mening ben dat men niet kan discussiëren met resultaten, en dat er twee mogelijkheden zijn: resultaten en excuses. Maar hoe men tot het resultaat komt, vind ik inderdaad even belangrijk en vaak zeer leerrijk.
Nog steeds in ditzelfde hoofdstuk stelt Langer, heel correct denk ik, dat context een grote invloed op ons gedrag en perceptie heeft. Eenzelfde ervaring in een andere context is een andere ervaring. Dezelfde situatie of stimulus onder een andere naam is een andere stimulus. Een achtbaan is leuk, een hobbelige vlucht in een vliegtuig niet. Hoe vaak heb ik zelf niet “Context is everything!” geschreven of gezegd? Ook waarheid is contextafhankelijk.
In hoofdstuk vier gaat de auteur in op de kost van mindlessness, de prijs die we betalen voor het mindless zijn. Hier zal ik niet te diep op ingaan, omdat ik vermoed dat het vrij evident is. We schieten wakker uit onze mindlessness wanneer we onze sokken in de vuilbak in plaats van de wasmand gooien, bijvoorbeeld. Een erger voorbeeld (en hogere kost!) is de man die op een feestje indruk wil maken op een dame, en met kleren en al in het zwembad wil springen - en vervolgens zijn nek breekt op de betonnen bodem omdat er geen water in het zwembad was… Een slecht zelfbeeld kan ook voortkomen uit mindlessness, in de zin dat men zich identificeert met bepaalde dingen die men doet (moeder zijn, computerprogrammeur, werkmens, etc…). De labels die men opneemt kunnen beperkend werken, of performantie ondermijnen. Mindlessness kan ons ook verhinderen om intelligente keuzes te maken (marketeers maken hier overigens handig gebruik van).
Mindful zijn komt vooral neer op “bewust, creatief en aandachtig blijven”. Deel twee geeft uitleg.
Hoofdstuk vijf beschrijft de aard van mindfulness, en de drie sleuteleigenschappen voor mindfulness: (1) Creation of new categories, (2) Openness to new information, en (3) Awareness of more than one perspective.
(1) Creation of new categories. Iets wat heel natuurlijk is voor kinderen, voor wie nog niet heel de wereld gedefinieerd is - het voortdurend maken van nieuwe categorieën. Volwassenen zouden gebaat zijn om dit ook meer te doen, daar het een meer speelse aanpak en visie toelaat, en een creatievere kijk op de wereld toestaat. Sterke meningen steunen doorgaans op globale categorieën, hoe meer verfijne categorieën we toevoegen, hoe genuanceerder de mening zal worden.
(2) Openness to new information. Dit lijkt me een evidentie, maar heel wat mensen blijken liever vast te zitten in hun vertrouwde denkwereld en perspectief, dan nieuwe informatie te aanvaarden die hun perspectief misschien uitdaagt. Gebrek aan stimulus is echter nadelig en zelfs schadelijk, wat we in extreme vorm zien in experimenten waar de zintuigen geen stimulus krijgen, of in eentonige omgevingen als duikboten. Een blootstelling aan stimulatiepatronen die eentonig zijn, of repetitief zonder variatie, leidt tot het stilvallen van onze zintuigen, daar ze niets “nieuws” ontvangen.
(3) Awareness of more than one perspective. Openstaan voor meer dan één perspectief lijkt me ook een evidentie. Al ben ik wel van mening dat men de waarde van de verschillende mogelijke perspectieven moet afwegen, en niet alle perspectieven altijd gelijkwaardig zijn. Een interessant voorbeeld: wanneer we zelf ergens te laat komen zullen we excuses vinden (”Het is de schuld van de NMBS dat ik te laat ben”), terwijl we, wanneer iemand anders te laat is, eerder de schuld bij die persoon zullen leggen (”Hij is chronisch te laat”). Een goede uitspraak die ik ook onderlijnd heb is deze: mensen kunnen heel goede redenen hebben voor gedrag dat wij als negatief zien. Of deze: Verveling kan ook door de geest geconstrueerd zijn.
Hoofdstuk zes vond ik zelf het interessantste, en was ook de reden dat ik het boek op mijn verlanglijstje staan had: Mindful Aging. Jonger worden terwijl men ouder wordt, en zoals een studie bewees, ook fysiek verjongen, door de juiste perceptie en perspectieven en ervaringen. Mindlessness heeft niet enkel een invloed op de kwaliteit van ons leven, maar wellicht ook op de lengte ervan. In een rusthuis leefden de mensen die meer zelfstandige keuzes mochten maken, en dus meer invloed hadden op hun leven en minder geleefd werden, langer. De mogelijkheid om keuzes te maken draagt ook bij tot onze motivatie om dingen te doen. De studiegroep die meer beslissingen mocht nemen (1) was minder depressief, (2) was onafhankelijker en had meer zelfvertrouwen, en (3) was alerter en gediferentieerder in hun keuzes.
Over naar de bewuste studie die ik per sé wilde lezen: Putting Age in Context. Twee groepen bejaarde mannen, allen rond de 70 jaar oud, werden teruggebracht naar de geestestoestand waarin ze zich 20 jaar eerder bevonden. De ene groep werd gestimuleerd om die persoon van 20 jaar geleden te zijn, de ander slechts om te focussen op het verleden van 20 jaar eerder. De context voor groep 1 was het verleden, de context voor groep 2 was het heden. Groep 2 was de controlegroep, ik ga even uitweiden over groep 1.
De mannen dienden elk een foto van zichzelf mee te brengen van 20 jaar geleden. Deze werd getoond aan de andere leden van de testgroep, zodat iedereen wist hoe iedereen er vroeger uitzag. Ieder moest ook een autobiografische schets schrijven met daarin wat ze deden als werk, waar ze van hielden, wat hun hobby’s waren 20 jaar geleden. De experimentele groep diende te schrijven in tegenwoordige tijd over het verleden. Na enkele medische tests werden de mannen naar een kamp gebracht waar ze leefden alsof het 20 jaar eerder was, er werd enkel gesproken over de toenmalige actualiteit, alle modernere uitvindingen en verwijzingen naar een latere tijd waren afwezig, de radiouitzendingen waren oude opnames, de beschikbare tijdschriften waren 20 jaar oud, etc…. De mannen dienden zich te gedragen als de persoon die ze vroeger waren.
Na deze “vakantie” van een week naar het verleden, werden opnieuw tests afgenomen en vergelijkingen gemaakt. Elke man in de experimentele groep zag er ongeveer 3 jaar jonger uit (zoals beoordeeld door onafhankelijke getuigen). Ze hoorden beter. Hun geheugen was beter. Ze aten gretiger, en waren gemiddeld zo’n 1.5kg bijgekomen gedurende die week. De kracht in de handen nam toe voor beide groepen, en anders afhankelijke mannen hielpen na dag 1 al bij het opdienen van de maaltijden. Gewrichten werden soepeler, en vingers langer voor beide groepen (maar meer uitgesproken in de testgroep). Behendigheid met de handen nam toe voor de testgroep, terwijl die afnam voor de controlegroep. Zicht uit het rechteroog verbeterde voor groep 1, en nam af voor groep 2. Enzoverder. Ook voor de psychologische tests scoorden de mannen uit groep 1 naderhand merkelijk beter.
Deze studie vond ik opmerkelijk, omdat hij zo duidelijk en meetbaar aantoont dat deze mannen bepaalde ouderdomsverschijnselen verloren door de verandering naar een omgeving waarin ze vitaler waren, en het krijgen van meer stimulatie, meer vrijheid van keuze, en meer verantwoordelijkheid. Dit suggereert zeer sterk dat een aantal van de symptomen die we als een onafwendbaar onderdeel van veroudering beschouwen, niet zozeer met leeftijd maar wel met geestelijke instelling te maken hebben.
Het experiment toont aan dat mindful leven je lichamelijk en geestelijk jonger maakt (of houdt).
In Hoofdstuk zeven wordt het principe van creatieve onzekerheid uitgelegd. Nog zo’n principe waar ik voorstander van ben. Door vaste ingesteldheden even los te laten, stellen we ons open voor onzekerheden die creativiteit en nieuwe inzichten kunnen brengen. Een zekerheid kan comfortabel zijn, maar het is twijfel die ons vrij maakt. Je openstellen voor intuïtie is ook belangrijk, en dat kan pas echt wanneer je niet vastzit in een eerder gemaakt denkpatroon. Onzekerheid zorgt voor meer creatieve oplossingen dan zekerheid.
Hoofdstukken acht, negen en tien bevatten voorbeelden van praktische toepassingen van mindfulness op het werk, om vooroordelen te bestrijden, en in iets meer detail om de gezondheid te bevorderen. Hier zal ik niet verder op ingaan, men kan de toepassingen wellicht deels zelf bedenken na het lezen van deze bespreking. Eén zin die ik onderlijnde zal ik wel delen hier: Gebruik niet de oplossingen van gisteren voor de problemen van vandaag.
Conclusie: Dit is een boek dat ik de moeite waard vond om te lezen. Hier en daar bevestigde het vermoedens die ik had, het was interessant om de verschillende experimenten en hun resultaten te lezen. Af en toe was ik het niet helemaal eens met de auteur, maar dat neemt niet weg dat het boek globaal zeker de moeite waard is om te lezen en te vatten. En… om ook toe te passen!