Mirror World

January 31st, 2008 by admin

Geen film of boek, maar wel schit-te-ren-de foto’s. Elke foto suggereert een verhaal:

http://www.thelastwonderoftheworld.com/MIRRORWORLD.html

Zeker de luidsprekers aanzetten voor bijpassende muziek.

Mindfulness - Ellen J. Langer (1989)

January 30th, 2008 by admin

Om toch niet enkel over films te schrijven, maar dit blog open te trekken naar iets meer interesses van me (voor zij die het lezen in de hoop iets meer over mijn veelzijdige persoontje te weten te komen) plaats ik bij deze een boekbespreking. Hoewel ik minder tijd neem om te lezen dan vroeger, hoop ik toch ook af en toe zo’n bespreking hier te kunnen plaatsen. Kwestie van toch niet het idee te geven dat mijn leven draait rond horrorfilms. Ik heb een zwak voor het genre, maar besef dat ik me op dit blog misschien verkeerdelijk als een filmnerd kan overkomen… Vandaar, een boekbespreking.

mindfulness.jpg

Ik kwam de titel “Mindfulness” voor het eerst tegen in het kader van mijn interesse in levensverlenging. Meer specifiek in het kader van jong houden van lichaam en geest. Onlangs zag ik in de boekhandel, de Fnac in Gent geloof ik, dat er reeds een hele reeks boeken over het onderwerp verschenen is, het ene al vager en onpraktischer dan het andere. Ik houd me bij de brontekst, omdat ik de studies die erin staan ook vooral interessant vind, en weinig geloof hecht aan spin-off zelfhulpboeken. Wie zichzelf wil helpen of verbeteren moet zichzelf optrekken, geen boek kan dat doen, het is een attitude die men dient te hebben. Maar, boeken kunnen wel tips of technieken geven. Al teveel mensen kopen echter een boek maar proberen de technieken niet uit, of doen dat enkele dagen vooraleer ze terug verzanden in hun oude gedrag - dat zijn de mensen die de massamarkt aan zelfhulpboeken in stand houden.

Mindfulness is opgesplitst in twee delen. In het eerste deel, Mindlessness, vertelt de schrijfster over wat een gebrek aan mindfulness inhoudt, de gevolgen en de oorzaken. In het tweede deel, Mindfulness, bespreekt ze manieren om meer mindful en minder mindless te zijn, alles gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en experiment.

De titel van het tweede hoofdstuk (Hoofdstuk 1 is de introductie) vat eigenlijk al samen wat we dienen te verstaan onder mindlessness: “When The Light’s On and Nobody’s Home”. Op automatische piloot staan, geleid door wat Colin Wilson “de robot” noemt, ons onderbewuste; mindlessness is wanneer we niet bewust aanwezig zijn of deelnemen aan de realiteit rond ons. Mevrouw Langer deelt mindlessness op in drie delen: “Entrapment by Category” (a), “Automatic Behaviour” (b) en “Acting From a Single Perspective” (c) (mijn “nummering”). Bij elk deel wordt een voorbeeld gegeven waardoor duidelijk wordt wat ze bedoelt.

(a) Entrapment by category. We ervaren de wereld rond ons door categorieën te scheppen, en er onderscheid tussen te maken. “Dit is een Chinese vaas, geen Japanse”, “Zij is nu zijn baas”, etc.. Op deze wijze scheppen we een beeld van de wereld en onszelf erin. Het maken van nieuwe categorieën is op zich mindful, maar mindlessness zet in wanneer we te hard leunen op categorieën en onderscheiden die in het verleden gemaakt werden. Deze categorieën zijn echter geconstrueerde ideeën, en moeten als dusdanig aanzien worden, niet als vaststaande natuurwetten.

(b) Automatic Behaviour. Heel wat acties die we als intelligent beschouwen, zoals lezen en schrijven, kunnen eigenlijk zeer automatisch gedaan worden. Een voorbeeld toont aan dat we, in interacties, vaak meer aandacht geven aan de structuur van de interactie dan aan de eigenlijke inhoud (iets wat ik zelf ook regelmatig vaststel in mezelf en anderen, maar waar ik maar moeilijk, en sporadisch, aan ontsnap). De auteur geeft het voorbeeld van een kopieerapparaat (en ik heb het getest, het werkt écht soms). Wanneer je op kantoor een kopie dient te maken, en er staat een rij wachtenden aan het kopieerapparaat, dan volstaat het soms om te zeggen “Mag ik even voorgaan, want…” en dan EENDER WELKE REDEN toe te voegen. Zelfs “Mag ik even voorgaan, want ik moet dit kopiëren” kan volstaan (écht!) opdat anderen je voor laten gaan. Dat je een reden opgeeft is voldoende om gebruik te maken van het automatisch gedrag van anderen; doordat ze meer reageren op structuur van wat je zegt dan op de eigenlijke inhoud, is de kans groot dat je effectief voor mag gaan. De enige voorwaarde is dat de reden binnen het kader moet passen. “Mag ik even voorgaan, want mijn grootmoeder staat in brand” zal wellicht niet werken, omdat het niet binnen de context past en dus het automatische gedrag (de trance) doorbreekt. Zolang het in een passend en vertrouwd kader is, echter, is alles toegestaan.

(c) Acting From a Single Perspective. Dit is in essentie handelen alsof er slechts één juiste manier is. Het is het nauwlettend volgen van een recept, alsof de kookpot misschien zal ontploffen als er vier snuifjes zout invallen in plaats van slechts 1 zoals het recept voorschrijft. Een mooi voorbeeld staat in het boek: als experiment liet men een vrouw aan voorbijgangers vertellen dat ze haar knie verstuikt had, waarna ze vroeg of de voorbijganger alsjeblieft een ACE verband zou willen gaan halen. De dichtstbijzijnde apotheker zat mee in het complot, en wanneer de voorbijgangers om zo’n verband vroegen, vertelde de apotheker dat die momenteel niet voorradig waren. Niet een op de 25 voorbijgangers kwam op het idee om de apotheker om een alternatief, of een ander merk, te vragen; ze keerden gewoon terug naar de “gekwetste” dame om haar het slechte nieuws te vertellen.

(Ik hou wel van dit soort experimenten)

In hoofdstuk drie verkent Langer de bronnen van mindlessness.

Freud wees erop dat de regels die we gebruiken om voor het eerst de wereld te begrijpen, later tot een verkeerd beeld kunnen leiden. We hebben echter de neiging ons te blijven vasthouden aan deze regels en de categoriën die we op basis daarvan creëren. Redenen daarvoor zijn onder andere herhaling, oefening, en wat psychologen premature cognitive commitment noemen.

Een aangeleerde activiteit valt weg uit onze bewuste geest. Iedereen die kan radio luisteren tijdens het autorijden, of borduren tijdens het tv kijken, weet dit. Op den duur worden aangeleerde taken zo automatisch dat we ze nog altijd kunnen, maar niet altijd meer weten hoe we ze doen. Je opnieuw bewust bezig houden met de taak, bijvoorbeeld een auto starten, heeft soms het verrassende resultaat dat het moeilijker wordt - het is makkelijker het onbewuste dit foutloos te laten doen. Letten op hoe je typt, vertraagt het typen - automatisch gaat (voor wie geoefend is) veel sneller. Een bekende structuur of een bekend proces leidt mede tot mentale luiheid, zo stelt Langer.

Premature cognitive commitment is het ontwikkelen van een bepaald denkbeeld wanneer we iets voor het eerst tegenkomen, en dan aan dat denkbeeld blijven vasthouden wanneer we dat “iets” opnieuw tegenkomen. In een test toonden Langer en haar collega’s aan dat de manier waarop we voor het eerst informatie opnemen, bepalend is voor hoe we die informatie later gebruiken. En dat is niet altijd nuttig, men moet kunnen en durven eerdere informatie herbekijken om tot een vollediger, grondiger, of veelzijdiger begrip te komen, of om meer mogelijkheden te zien.

Er volgt ook een mooi voorbeeld over geloof in beperkte bronnen (resources). Het gegeven voorbeeld is er eentje dat ik vaak zelf ook gebruik, zij het om een andere reden. Volgens Langer is een mede-veroorzaker van mindlessness het idee dat bepaalde bronnen beperkt zijn. Dat is echter vaak een perceptie. Liefde is bijvoorbeeld niet in schaarse hoeveelheden aanwezig, houden van een bepaalde persoon betekent niet dat de liefde voor een andere persoon daarom zal verminderen, er is niet een bepaalde hoeveelheid liefde die verdeeld moet worden tussen een bepaald aantal personen. Liefde is immers een proces, geen ding. Hetzelfde voor geld; geld is reeds een abstractie, er wordt bijgemaakt en verloren, en is dus niet zo beperkt als men vaak denkt. (Hier geeft Langer ook een aantal voorbeelden waar ik het niet altijd mee eens ben, en waar ze pleit voor een bepaald gevoel dat komt met het bijvoorbeeld verkrijgen van veel geld, alsof dat gevoel belangrijker is dan het geld. Ik zie haar punt, maar denk niet dat je dat gevoel kan “faken”. Je kan je onderbewuste volgens mij niet in die mate voor de gek houden). Een ander leuk voorbeeld is het idee dat men na het paren dient te rusten. Bij mensen en andere dieren wordt het mannetje een beetje loom wanneer het liefdesspel over is. Hoe relatief dit eigenlijk is blijkt uit testen: introduceer kort na het paren een nieuw vrouwtje, en het mannetje is gegarandeerd weer wakker en actief!

Een belangrijk punt in het boek, wat meermaals benadrukt wordt, is een toespitsing op het proces, liever dan de uitkomst. Langer stelt dat het nuttiger is om meer belang te hechten aan het proces, hoe men tot een bepaald doel komt, dan aan het doel op zich. Ergens volg ik haar daar zeker in, het is door het proces dat men bijleert, dat men leert hoe een doel te bereiken, en er is niet altijd slechts één manier om een doel te bereiken, al denkt men vaak dat dat wel zo is. Hoewel ik evengoed van mening ben dat men niet kan discussiëren met resultaten, en dat er twee mogelijkheden zijn: resultaten en excuses. Maar hoe men tot het resultaat komt, vind ik inderdaad even belangrijk en vaak zeer leerrijk.

Nog steeds in ditzelfde hoofdstuk stelt Langer, heel correct denk ik, dat context een grote invloed op ons gedrag en perceptie heeft. Eenzelfde ervaring in een andere context is een andere ervaring. Dezelfde situatie of stimulus onder een andere naam is een andere stimulus. Een achtbaan is leuk, een hobbelige vlucht in een vliegtuig niet. Hoe vaak heb ik zelf niet “Context is everything!” geschreven of gezegd? Ook waarheid is contextafhankelijk.

In hoofdstuk vier gaat de auteur in op de kost van mindlessness, de prijs die we betalen voor het mindless zijn. Hier zal ik niet te diep op ingaan, omdat ik vermoed dat het vrij evident is. We schieten wakker uit onze mindlessness wanneer we onze sokken in de vuilbak in plaats van de wasmand gooien, bijvoorbeeld. Een erger voorbeeld (en hogere kost!) is de man die op een feestje indruk wil maken op een dame, en met kleren en al in het zwembad wil springen - en vervolgens zijn nek breekt op de betonnen bodem omdat er geen water in het zwembad was… Een slecht zelfbeeld kan ook voortkomen uit mindlessness, in de zin dat men zich identificeert met bepaalde dingen die men doet (moeder zijn, computerprogrammeur, werkmens, etc…). De labels die men opneemt kunnen beperkend werken, of performantie ondermijnen. Mindlessness kan ons ook verhinderen om intelligente keuzes te maken (marketeers maken hier overigens handig gebruik van).

Mindful zijn komt vooral neer op “bewust, creatief en aandachtig blijven”. Deel twee geeft uitleg.

Hoofdstuk vijf beschrijft de aard van mindfulness, en de drie sleuteleigenschappen voor mindfulness: (1) Creation of new categories, (2) Openness to new information, en (3) Awareness of more than one perspective.

(1) Creation of new categories. Iets wat heel natuurlijk is voor kinderen, voor wie nog niet heel de wereld gedefinieerd is - het voortdurend maken van nieuwe categorieën. Volwassenen zouden gebaat zijn om dit ook meer te doen, daar het een meer speelse aanpak en visie toelaat, en een creatievere kijk op de wereld toestaat. Sterke meningen steunen doorgaans op globale categorieën, hoe meer verfijne categorieën we toevoegen, hoe genuanceerder de mening zal worden.

(2) Openness to new information. Dit lijkt me een evidentie, maar heel wat mensen blijken liever vast te zitten in hun vertrouwde denkwereld en perspectief, dan nieuwe informatie te aanvaarden die hun perspectief misschien uitdaagt. Gebrek aan stimulus is echter nadelig en zelfs schadelijk, wat we in extreme vorm zien in experimenten waar de zintuigen geen stimulus krijgen, of in eentonige omgevingen als duikboten. Een blootstelling aan stimulatiepatronen die eentonig zijn, of repetitief zonder variatie, leidt tot het stilvallen van onze zintuigen, daar ze niets “nieuws” ontvangen.

(3) Awareness of more than one perspective. Openstaan voor meer dan één perspectief lijkt me ook een evidentie. Al ben ik wel van mening dat men de waarde van de verschillende mogelijke perspectieven moet afwegen, en niet alle perspectieven altijd gelijkwaardig zijn. Een interessant voorbeeld: wanneer we zelf ergens te laat komen zullen we excuses vinden (”Het is de schuld van de NMBS dat ik te laat ben”), terwijl we, wanneer iemand anders te laat is, eerder de schuld bij die persoon zullen leggen (”Hij is chronisch te laat”). Een goede uitspraak die ik ook onderlijnd heb is deze: mensen kunnen heel goede redenen hebben voor gedrag dat wij als negatief zien. Of deze: Verveling kan ook door de geest geconstrueerd zijn.

Hoofdstuk zes vond ik zelf het interessantste, en was ook de reden dat ik het boek op mijn verlanglijstje staan had: Mindful Aging. Jonger worden terwijl men ouder wordt, en zoals een studie bewees, ook fysiek verjongen, door de juiste perceptie en perspectieven en ervaringen. Mindlessness heeft niet enkel een invloed op de kwaliteit van ons leven, maar wellicht ook op de lengte ervan. In een rusthuis leefden de mensen die meer zelfstandige keuzes mochten maken, en dus meer invloed hadden op hun leven en minder geleefd werden, langer. De mogelijkheid om keuzes te maken draagt ook bij tot onze motivatie om dingen te doen. De studiegroep die meer beslissingen mocht nemen (1) was minder depressief, (2) was onafhankelijker en had meer zelfvertrouwen, en (3) was alerter en gediferentieerder in hun keuzes.

Over naar de bewuste studie die ik per sé wilde lezen: Putting Age in Context. Twee groepen bejaarde mannen, allen rond de 70 jaar oud, werden teruggebracht naar de geestestoestand waarin ze zich 20 jaar eerder bevonden. De ene groep werd gestimuleerd om die persoon van 20 jaar geleden te zijn, de ander slechts om te focussen op het verleden van 20 jaar eerder. De context voor groep 1 was het verleden, de context voor groep 2 was het heden. Groep 2 was de controlegroep, ik ga even uitweiden over groep 1.

De mannen dienden elk een foto van zichzelf mee te brengen van 20 jaar geleden. Deze werd getoond aan de andere leden van de testgroep, zodat iedereen wist hoe iedereen er vroeger uitzag. Ieder moest ook een autobiografische schets schrijven met daarin wat ze deden als werk, waar ze van hielden, wat hun hobby’s waren 20 jaar geleden. De experimentele groep diende te schrijven in tegenwoordige tijd over het verleden. Na enkele medische tests werden de mannen naar een kamp gebracht waar ze leefden alsof het 20 jaar eerder was, er werd enkel gesproken over de toenmalige actualiteit, alle modernere uitvindingen en verwijzingen naar een latere tijd waren afwezig, de radiouitzendingen waren oude opnames, de beschikbare tijdschriften waren 20 jaar oud, etc…. De mannen dienden zich te gedragen als de persoon die ze vroeger waren.

Na deze “vakantie” van een week naar het verleden, werden opnieuw tests afgenomen en vergelijkingen gemaakt. Elke man in de experimentele groep zag er ongeveer 3 jaar jonger uit (zoals beoordeeld door onafhankelijke getuigen). Ze hoorden beter. Hun geheugen was beter. Ze aten gretiger, en waren gemiddeld zo’n 1.5kg bijgekomen gedurende die week. De kracht in de handen nam toe voor beide groepen, en anders afhankelijke mannen hielpen na dag 1 al bij het opdienen van de maaltijden. Gewrichten werden soepeler, en vingers langer voor beide groepen (maar meer uitgesproken in de testgroep). Behendigheid met de handen nam toe voor de testgroep, terwijl die afnam voor de controlegroep. Zicht uit het rechteroog verbeterde voor groep 1, en nam af voor groep 2. Enzoverder. Ook voor de psychologische tests scoorden de mannen uit groep 1 naderhand merkelijk beter.

Deze studie vond ik opmerkelijk, omdat hij zo duidelijk en meetbaar aantoont dat deze mannen bepaalde ouderdomsverschijnselen verloren door de verandering naar een omgeving waarin ze vitaler waren, en het krijgen van meer stimulatie, meer vrijheid van keuze, en meer verantwoordelijkheid. Dit suggereert zeer sterk dat een aantal van de symptomen die we als een onafwendbaar onderdeel van veroudering beschouwen, niet zozeer met leeftijd maar wel met geestelijke instelling te maken hebben.

Het experiment toont aan dat mindful leven je lichamelijk en geestelijk jonger maakt (of houdt).

In Hoofdstuk zeven wordt het principe van creatieve onzekerheid uitgelegd. Nog zo’n principe waar ik voorstander van ben. Door vaste ingesteldheden even los te laten, stellen we ons open voor onzekerheden die creativiteit en nieuwe inzichten kunnen brengen. Een zekerheid kan comfortabel zijn, maar het is twijfel die ons vrij maakt. Je openstellen voor intuïtie is ook belangrijk, en dat kan pas echt wanneer je niet vastzit in een eerder gemaakt denkpatroon. Onzekerheid zorgt voor meer creatieve oplossingen dan zekerheid.

Hoofdstukken acht, negen en tien bevatten voorbeelden van praktische toepassingen van mindfulness op het werk, om vooroordelen te bestrijden, en in iets meer detail om de gezondheid te bevorderen. Hier zal ik niet verder op ingaan, men kan de toepassingen wellicht deels zelf bedenken na het lezen van deze bespreking. Eén zin die ik onderlijnde zal ik wel delen hier: Gebruik niet de oplossingen van gisteren voor de problemen van vandaag.

Conclusie: Dit is een boek dat ik de moeite waard vond om te lezen. Hier en daar bevestigde het vermoedens die ik had, het was interessant om de verschillende experimenten en hun resultaten te lezen. Af en toe was ik het niet helemaal eens met de auteur, maar dat neemt niet weg dat het boek globaal zeker de moeite waard is om te lezen en te vatten. En… om ook toe te passen!

Grindhouse: Death Proof (2007)

January 29th, 2008 by admin

Grindhouse: “A movie theater specializing in B movies, often exploitation films, shown in a multiple-feature format”

Sinds de aankondiging van het Grindhouse idee zat ik op hete kolen. Het concept werd voorgesteld als een herbeleven van jaren ‘70 B-films die getoond werden in groezelige cinemazaaltjes in steegjes waar je beter niet alleen rondloopt. Waar je meerdere films na elkaar kon bekijken, vaak van bedenkelijke kwaliteit, goedkoop entertainment met zeer zwakke acteerprestaties en scripts, en met een zeer laag budget gemaakt.

Als iemand zoiets kon namaken, met dezelfde sfeer maar met een hogere kwaliteit, dan waren het wel Quentin Tarantino en Robert Rodriguez. Ze werkten al eerder samen aan Sin City, en lijken elkaar zeer goed te begrijpen en aan te vullen. Ze maakten elk een film die gebaseerd was op dergelijke oude B-plot (en vaak sub-B) films en dezelfde sfeer uitademde: Death Proof (Tarantino) en Planet Terror (Rodriguez).

In de VS werden deze films her en der ook in Grindhouse formaat getoond: na elkaar, met echte en valse trailers voor andere, gelijkaardige, films ervoor en ertussen.

Death Proof Poster

De eerste van de twee films is Death Proof. En ik moet toegeven, de eerste keer dat ik hem zag was ik er niet heel enthousiast over. Wel een typische Tarantino film, maar toch ook weer anders. Ergens gaat hij terug naar Reservoir Dogs, er worden weinig locaties gebruikt en de film leeft voor een groot stuk op de dialogen. Maar waren het bij Reservoir Dogs enkel mannen die we te zien kregen, in Death Proof zien we vooral vrouwen.

De film is eigenlijk in twee stukken te delen, met een middenstuk als overgang. In deel 1 volgen we drie vriendinnen, Jungle Julia (Sidney Poitier), Arlene (Vanessa Ferlito), en Shanna (Jordan Ladd), die zich klaarmaken om een weekend met the girls in een kabine bij het meer door te brengen. Eerst gaan ze echter nog enkele glazen drinken en wiet roken in een geliefde bar, waar Tarantino een cameo heeft als barman, en Eli Roth (regisseur van Hostel I & II) ook even zijn opwachting maakt. In die bar treffen we ook Pam (Rose McGowan) en Stuntman Mike (Kurt Russell), die een wel zeer gemene auto heeft, eerder reeds gesignaleerd toen het drietal langs de winkel stopte vooraleer ze op de lappen gingen. Voor het grootste deel speelt deze helft van de film zich in die bar en op het terras af.

Interessant in dit gedeelte vond ik de dialoog tussen Arlene en Stuntman Mike, die de talenten van beide acteurs goed benut. In deze eerste sectie komt een gedicht voor dat een schoolvoorbeeld van conversatiehypnose is, indien goed gebracht. Zowel Sidney Poitier (in een eerdere scène) als Kurt Russell leken die finesse te vatten.

The woods are lovely, dark and deep

And I have promises to keep

Miles to go before I sleep.

Did you hear me, Butterfly?

Miles to go before you sleep.

Hypnose is een van de onderwerpen dat me zeer boeit, en bovenstaand “gedicht” is, indien juist gebracht, perfect om iemand in trance te praten.

Het mag dan ook niet verbazen dat er een memorabele lapdance-scène volgt… Een man zou zijn laatste rooie duit geven om met zo’n dans van Ms. Ferlito te mogen verwend worden. Een van de leukere aspecten van het acteervak, ongetwijfeld, tenminste voor Kurt Russell. En het blijft natuurlijk ook een exploitation film…

Zonder al teveel van de film te willen weggeven, kan ik wel zeggen dat we Rose McGowan nog terugzien in de tweede Grindhouse film, maar in een geheel andere rol. In het interludium zien we een vrouwelijke dokter die in dezelfde rol terugkeert in Planet Terror, en we volgen ook een gesprek van Earl McGraw (de sheriff uit From Dusk Till Dawn en Kill Bill) en zijn zoon (”Son Nr. 1″ uit Kill Bill).

Dat is trouwens een van de dingen die me aanspreken in de Tarantino films: verwijzingen naar eerdere films en links die een zelfgemaakt universum opbouwen, met weerkerende elementen, zoals Big Kahuna Burgers, Red Apple cigaretten, personen die in de koffer van een auto vervoerd worden, gebruikte uitspraken, dezelfde acteurs, etc… In Death Proof zijn ook een aantal van die elementen aanwezig; niet alleen personages die weerkeren, maar ook uitlatingen als “Har-di-fucking-har” (eerder gehoord in Reservoir Dogs) en “The all-or-nothing-days” (eerder gehoord in Sin City).

In deel twee van Death Proof volgen we vier andere dames: Abernathy (Rosario Dawson), Kim (Tracie Thoms), Zoë Bell (Zoë Bell), en Lee (Mary Elizabeth Winstead). Rosario Dawson overigens in een zeer atypische rol voor haar, ik had haar niet meteen herkend.

Opnieuw krijgen we een winkelscène waar Stuntman Mike en zijn auto gesignaleerd worden, waarna een scène in een café, vooraleer de echte plot op gang komt. Een heel ander verhaal hier, met Zoë Bell - die overigens de stunt-double was van Uma Thurman in de Kill Bill films - in enkele vrij indrukwekkende stunts.

Death Proof is langs de ene kant een stoere autofilm, maar aan de andere kant zit hij ook tjokvol met girltalk. Werkelijk, de film zou 20 minuten korter kunnen als de overbodige dialoog weggelaten zou worden. Aan de andere kant, die dialoog zet ergens wel de sfeer, en uiteindelijk zijn de films van Tarantino ook wel gekend om hun dialoog. Typisch is ook dat de personages de spraakpatronen van Tarantino zelf gebruiken, iets wat soms irritant kan zijn als het teveel gebeurt (en in Death Proof gebeurt dat best wel veel). Naast de eerder genoemde lapdance, gaat Tarantino redelijk overboord met zijn persoonlijke fetishen. Akkoord, het is exploitation, maar wie nog niet doorhad uit zijn eerdere films dat Tarantino een voetfetishist is, die zal het nu echter niet kunnen negeren. Er worden heel wat mooie benen getoond, en heel wat subtiele en minder subtiele visuele verwijzingen naar Quentin’s voetobsessie. En hij houdt ook duidelijk van vrouwen die op zijn minst een tikkeltje dominant zijn, maar de twee fetishen gaan vaak samen, dus dat hoeft niet te verbazen.

En zoals bij alle Tarantino films speelt muziek een cruciale rol. Er zijn verschillende nummers die me altijd aan Tarantino films zullen doen terugdenken, omdat de man zijn favoriete muziek ook zo’n prominente rol laat spelen in zijn films. In Death Proof is dat niet anders, er wordt zelfs heel wat visuele aandacht geschonken aan de juke-box - op twee momenten dankzij een dansende deerne ervoor of er vlakbij.

Ondanks mijn eerder gereserveerde reactie na de eerste schouwing, ben ik enthousiast over de film sinds de tweede keer dat ik hem zag. Helaas zag ik deze niet in de bioscoop. Een iets andere stijl dan de eerdere films van Tarantino, maar toch nog steeds herkenbaar Tarantino. Het was eerder het soort film, grotendeels een car movie, dat me minder lag, denk ik. Toegegeven, de auto van Stuntman Mike is een gemene machine die veel meer stijl heeft dan de getunede bakken die we heden ten dage zien (en horen!) rondrijden. En dat maakt dat zelfs een nitwit op het vlak auto’s zoals ik, toch de film en de auto’s weet te appreciëren, en niet enkel om de soms indrukwekkende stunts.

Het Grindhouse gevoel wordt gevoed door bepaalde bewuste storingen in de film. Gesimuleerde beschadigingen van de filmrol, stukjes film die ontbreken, zeer slechte editing waardoor iemand vanuit de ene camerahoek een drankje vasthoudt, vanuit een andere dan niet, maar dan een seconde of twee later weer wel, de kleuren die een tijd wegvallen, etc…. Bewuste manipulatie van de film om hem dat B gevoel te geven, wat overigens zeer goed werkt.

Het einde van de film was een beetje vreemd, maar ook dat was vaak typisch voor het soort film waarop Death Proof gebaseerd is.

Zeker een aanrader, deze film, op zijn minst voor wie van het werk van Tarantino houdt, maar ook voor wie meer verwacht van een film dan enkel een verhaal - de Grindhouse films zijn een ervaring die op verschillende vlakken speelt, waardoor er op meerdere manieren van te genieten is.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Faux trailers

January 28th, 2008 by admin

De Grindhouse presentatie bevatte enkele faux trailers die helaas niet op de DVD’s te zien zijn. Wel in de VS in de bioscopen, waar ze ook het geluk hadden beide Grindhouse films in grindhouse stijl te kunnen bekijken. Europa is daar kennelijk niet klaar voor, wij kregen de films apart voorgeschoteld, en misten de valse trailers. De enige over-the-top trailer die we wél te zien kregen, was van Machete (te zien op de DVD voor Planet Terror) - en die film blijkt er ook echt aan te komen. Meer films van Robert Rodriguez, yummie…

Thanksgiving is een trailer van die andere regisseur die vaak samenwerkt met Tarantino: Eli Roth, vooral bekend van Hostel I & II. Werewolf Women of the SS is van de hand van Rob Zombie, in de (horror)filmwereld vooral gevierd om zijn House of 1,000 Corpses, The Devil’s Rejects, en zijn Halloween remake. Tot slot had ook Edgar Wright, bekend van Shaun of the Dead een trailer gemaakt.
Besprekingen van de Grindhouse films volgen later op dit blog wellicht (ik moet wel, de ondertitel van mijn blog komt uit Death Proof, voor wie het nog niet gezien had), net als besprekingen van de bestaande films uit de vorige paragraaf . In tussentijd echter een zoethoudertje, perfect in de jaren ‘70 exploitation-stijl van sub-B horror films: de faux trailers voor zover ik die kon vinden op Youtube. Durven we hopen dat Rob Zombie toch besluit om een “Werewolf Women of the SS” film te maken? De echte horror zou zijn als Nicolas Cage er dan ook echt in meespeelt…

Thanksgiving (Eli Roth):

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

En voor wie Planet Terror nog niet gezien heeft, bij deze ook de trailer voor Machete (Robert Rodriguez):

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Bootleg video van Werewolf Women of the SS (Rob Zombie):

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Bootleg video van Don’t (Edgar Wright):

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Gevoel voor humor vereist….

Aliens Vs. Predator 2 (2007)

January 21st, 2008 by admin

Ik ben fan van de Alien reeks sinds ik voor het eerst de film Aliens zag. Sindsdien zag ik hem letterlijk tientallen keren. Predator sprak me op zich minder aan, en toen ik voor het eerst hoorde over een combinatie van beide, was mijn reactie op zijn zachtst gezegd sceptisch. Het combineren van twee monsters uit het actie/sci-fi genre is niet noodzakelijk een goed idee. Toch bleek het, naar mijn bescheiden mening, te werken, en vond ik de eerste film verbazend geslaagd doch een beetje kort.

Een vervolg had ik niet echt verwacht. Zelfs ik heb mijn naïeve kanten… Toen ik de (zeer geslaagde) trailer zag, waarin een man (een jager nog wel, oh de ironie…) samen met zijn zoontje in het bos een UFO ziet neerstorten, bedacht ik eerst dat het inderdaad nog eens tijd werd dat er een film met buitenaardse wezens als thema op het scherm kwam. Al snel bleek het echter zowaar zelfs om Aliens te gaan, en ook dat kon me bekoren aangezien Alien Vs. Predator 1 onverwacht meeviel.

De film heet (hier) Aliens Vs. Predator 2 (elders Alien Vs. Predator - Requiem), wat een beetje dubbelzinnig is. In de Alien-reeks heet de tweede film Aliens, niet Alien 2 - die titel was reeds ingenomen door een film die los staat van de Sigourney Weaver reeks. Clevere marketeers hebben de tweede Alien Vs. Predator dan maar Aliens Vs. Predator genoemd, met een twee erachter voor de duidelijkheid - hoewel wie er echt bij stilstaat kan gaan vitten dat de titel op die manier eigenlijk deel drie suggereert in plaats van deel twee. Maar de titel die op het scherm getoond werd bij de aanvang van de film sluit alle twijfel uit. AVP2: Aliens Vs. Predator. Blij dat dat duidelijk is.

AVPRPoster

De plot van de film is vrij simpel. Op een Predator-ruimteschip dat Aliens vervoert gebeurt een onverwacht ongeluk, net wanneer het in de buurt van onze blauwe planeet vliegt. Het schip stort neer, de Predators erin komen om, de Aliens ontsnappen. Terwijl een Predator het op zich neemt om alleen naar de aarde te vliegen om het zaakje recht te zetten, begint het bevolkingsaantal van het dorpje dichtst bij de crash langzaam af te nemen. Naarmate er meer Aliens uitgebroed worden gaat de daling van de bevolking sneller, en de Predator steekt daar ook een handje bij toe.

Op zich vind ik het concept degelijk, het heeft iets Lovecraftiaans bijna: een ras buitenaardse wezens dat erin slaagt moeiteloos menselijke ruimteschipbemanningen en steden uit te roeien, dient als prooi voor een ander ras buitenaardse wezens - de laatste jagen op de eerste voor de sport. Dat plaatst de mens, die meent bovenaan de voedselketen te staan, plots op een wel heel erg nietig plaatsje. Terwijl deze buitenaardse wezens de primitieve jachtinstincten niet alleen verfijnen maar ook versterken middels technologie en wellicht hun hele cultuur, zitten wij vaak een hele dag op een stoel naar een scherm te staren, en zouden we geen drie weken in de wildernis overleven… Een deel van de kracht van films als Alien Vs. Predator 1 & 2, is dat ze spelen met het idee dat de mens niet bovenaan de voedselketen staat, en tegen dergelijke über-Spartaanse buitenaardsen een vogel voor de kat is. Sterker nog, de mens wordt zonder scrupules als lokaas gebruikt, zoals wij een levende haas zouden gebruiken om een vos te lokken. De efficiëntie en voorbereidheid van de Predator was meermaals bewonderenswaardig, net zoals het rauwe overlevingsinstinct van de Aliens. De mensen modderden maar wat aan, en de hoofdpersonagen blijven meer in leven dankzij geluk dan kunde.

De ruimtewezens draaien echt hun klauw niet om voor een dode mens meer of minder. In deze film werd, vooral in het tweede deel, duidelijk voor meer gruwel gekozen. Kinderen worden niet gespaard, net zomin als een ziekenhuisafdeling vol hoogzwangere vrouwen.

AVPRPregnant

Zeer aangenaam vond ik dat de film op verschillende plaatsen duidelijk verwees naar de film Aliens. Heel wat scènes in AVP2 hadden een evenknie in Aliens, maar misschien stel ik dat gewoon vast omdat ik Aliens haast uit mijn hoofd ken. Als Aliens fan vond ik het ook zeer aangenaam om nog eens de vertrouwde geluiden van de Aliens te horen. Vervelend op auditief vlak was dan weer dat zweepslaggeluid telkens we mochten meekijken vanuit de helm van de Predator.

Doorgaans waren de makers zeer consequent met de Aliens-franchise. Bijvoorbeeld: kogels hadden ongeveer het effect dat ik verwachtte. Anderszijds waren ze dat soms niet, en kwamen de baby-aliens nu wel héél snel uit de buik van hun slachtoffers. Misschien heeft dat nieuwe type Alien daar iets mee te maken? Tenslotte zullen zij ook wel onderhevig zijn aan evolutie, en zeker survival of the fittest.

Er waren nog enkele andere nieuwigheden die niet slecht bedacht waren, en om één scène moest ik heel hard grijnzen omdat ze zo heel onverwacht en haast surrealistisch was. Het is een lichte film zonder al te uitgediepte plotlijnen, maar dat was ook perfect wat ik verwachtte. Deze film draaide voor mij meer om het thema, de visuele uitwerking, de uitvergrote dans van jager en prooi. Hoewel het einde een wending krijgt die niet enkel een vervolg suggereert, maar evengoed een nieuwe spin-off kan lanceren - aan zo’n eindscène kan je probleemloos drie vervolgfilms breien.

AVPRFight

Enfin, ik kon de film zeker appreciëren. Het is geen meesterwerk, het is een popcornfilm, en wellicht ben ik mild omdat ik gewoon van het genre houd. Ik kan me immers voorstellen dat het voor heel wat mensen niet hun kopje thee is. In de zaal zaten dan ook vooral jongemannen van ongeveer mijn leeftijd, met af en toe een wellicht onder druk meegekomen vriendin. Opvallend was dat de film in zijn eerste week was, speelde in een zaal met 679 plaatsen (Kinepolis Brussel zaal 9), maar ongeveer een 55-tal toeschouwers had. Ik moet vaker op zondagavond rond 22:15 naar de film gaan….

“Goed voor de fans” lijkt me een faire evaluatie.

****************

Veelbelovende trailers gezien: Jumper, en Lust, Caution.

Dark Crystal 2 op komst!

January 20th, 2008 by admin

Ontelbare dames en heren van mijn generatie herinneren zich heel goed de film Labyrinth (1986). Voorafgaand aan Labyrinth maakten Jim Henson & co echter The Dark Crystal (1982), duidelijk minder, doch niet geheel on-, bekend.

Het verhaal van The Dark Crystal was een klassieke strijd tussen goed en kwaad, en de rol die Jen, de door de profetieën voorbestemde jonge held, daarin zou spelen, al leerde hij pas gaandeweg zijn rol kennen. Tegelijk is het is ook een verhaal over de zoektocht naar de eigen plaats in de wereld, en de eigen identiteit - een soort coming-of-age verhaal in een fantasykader.

Opmerkelijk was vooral dat deze film (in tegenstelling tot Labyrinth) volledig door geanimeerde poppen bevolkt werd. In Labyrinth waren de hoofdpersonages mensen en de randfiguren poppen, maar beide films startten voor mij een levenslange fascinatie voor dit soort fantasiepoppen, maskers, animatronics en special effects make-up.

Eerder deze week kreeg ik te lezen dat The Jim Henson Company een vervolg voor The Dark Crystal in productie heeft: The Power of the Dark Crystal, releasedatum ergens in 2009.

In dit vervolg regeren Jen en Kira als koning en koningin. Een nieuwkomer, Thura het vuurmeisje, arriveert uit het centrum van de wereld en heeft een scherf van het Kristal nodig om haar volk te redden. Wanneer Jen en Kira weigeren, breekt Thura zelf het kristal. De UrSkeks, wiens lot verbonden is met het Kristal, splitsen opnieuw op in hun goede en kwade persoonlijkheden, en de Skesis willen natuurlijk opnieuw de macht….

Screenplay door David Odell (die ook de eerste film schreef) en Annette Duffy. Creature and Character Designer is Brian Froud, die ook de creaturen uit het origineel deed. De muziek zou door Trevor Jones gedaan worden, die eveneens de muziek voor The Dark Crystal en Labyrinth componeerde. Kortom, een belangrijk deel van de oude garde is weer aan boord.

Het goede nieuws is dat zoveel mensen van de eerste film hiervoor opnieuw samenwerken, wat ik persoonlijk veelbelovend vind voor de kwaliteit en de continuïteit van het verhaal door de films heen. Opnieuw zullen enkel poppen te zien zijn, doch er zal ook in lichte mate CGI gebruikt worden om kleine imperfecties te corrigeren. Laat ons hopen dat de CGI inderdaad niet overdadig aanwezig is, de kleine imperfecties van de poppen en decors droegen bij de eerste film immers juist toe aan het charme.

Er is ook een officiële blog waar alle nieuws over The Power of the Dark Crystal te volgen is: http://powerofthedarkcrystal.blogspot.com/

« Previous Entries