May 5th, 2010 by Erik
“South”, door Ernest Shackleton. Toepasselijk uitgegeven door Penguin books, London 1919 (ik las de herdruk uit 1999). ISBN-13: 978-0-140-28886-5, 410 pagina’s.

Het is alweer een tijdje geleden dat ik hier een boek besprak, en inderdaad, de laatste tijd heb ik misschien wel te weinig gelezen. South heb ik ook al even uit, maar het verdient zeker een vermelding.
De afgelopen koude wintermaanden dook ik ’s avonds in de nog koudere regionen van Antarctica, in de periode van de eerste wereldoorlog, een tijdsvak dat me weet te boeien, om er de bemanning van de Endurance te vergezellen op hun dramatische poging om de Zuidpool te voet over te steken.
Ernest Shackleton, half Iers, half Brits, was de kapitein van het schip Endurance, en niet aan zijn proefstuk toe. Reeds eerder verkende hij stukken van de zuidpool, in een periode waarin verschillende landen in een wedstrijd leken te zitten om de eerste te zijn om er een vlag te planten en het gebied in kaart te brengen. Te vergelijken met de “race to space” slechts enkele decennia later. Het zijn de nota’s van Shackleton die de basis voor South vormen. Tenminste, van de zijde van de Endurance, want er was een tweede expeditie die voorraden zou droppen aan de andere zijde van de zuidpool, voor wanneer Shackleton’s team daar zou arriveren, en ook die tweede expeditie kende vele tegenslagen. Ook van dit tweede team staat een uitgebreid verslag in South. Hadden de opvarenden van de Endurance door kunnen zetten en naar de andere zijde van Antarctica kunnen trekken, dan zouden zij de voorraden gevonden hebben op de afgesproken plaatsen.
Zo ver kwam het echter niet, maar laat ons beginnen bij het begin. Op dinsdag 4 augustus 1914 ontbiedt de koning van Groot Brittanië (George V in die jaren) Shackleton, en overhandigt hem de Union Jack om te laten wapperen tijdens de expeditie. Het had heel wat voeten in de aarde gehad om schepen en financiën te vinden voor de gedurfde tocht, maar waar geen geld of goederen gevonden werden, kreeg men op zijn minst steun en aanmoediging. De expeditie werd echter overschaduwd door een andere gebeurtenis: de volgende ochtend verklaarde Groot-Brittanië immers de oorlog aan het imperialistische Duitsland.
Zoals iedereen toen, verwachtten Shackleton en zijn bemanning dat de oorlog wel snel voorbij zou zijn. Op 8 augustus vertrok de Endurance uit Plymouth naar Buenos Aires, iets waar achteraf enige kritiek op kwam, omdat het leek alsof de mannen de oorlog ontvluchtten. Shackleton verdedigt zich door erop te wijzen dat deze expeditie enkele jaren planning had gevraagd, en er grote bedragen in geïnvesteerd waren. Na de expeditie zouden overigens bijna alle gezonde manschappen alsnog de wapens opnemen en sneuvelen in Franse of Vlaamse loopgraven.
In Buenos Aires waren nog een maand voorbereidingen vereist, waarna de Endurance in oktober naar South Georgia voer, waar een station voor walvisvaarders was, en vanwaar men de laatste nieuwtjes over de toestand van de zee en het ijs rond Antarctica kon opvolgen. Het laatste nieuws over de oorlog kregen ze in Buenos Aires, waar ze vernamen dat de Russische stoomwals in actie geschoten was - reden te meer om te verwachten dat de oorlog snel gedaan zou zijn. Er werd gewacht op een boot met nieuws van het thuisfront en eventueel brieven, doch de boot die arriveerde bracht geen correspondentie, en de opvarenden waren allen zeer pro-Duits, zodat het laatste nieuws dat Shackleton en de zijnen vernamen ging over Britse en Franse tegenslagen. Shackleton noteert in zijn log dat hij liever de laatste nieuwtjes uit een vriendelijker mond had vernomen, en er wordt besloten de volgende ochtend, op 5 december 1914, om 08:45, van wal te steken richting zuidpool.
Jaren later, na hun terugkeer in Engeland, vernam Shackleton dat de Harpoon, een geallieerde stoomboot, met post en nieuws voor hen arriveerde in South Georgia nauwelijks twee uur na het vertrek van de Endurance…
Wat volgt is het relaas van een reis die met goede moed begon, maar die tegenslag na tegenslag kent. Shackleton beschrijft de routes die genomen worden, compleet met lengte- en breedtegraden, de toestand van de zee en het weer, en de fauna die al of niet aanwezig is. Zelfs het nummer en type van elke harpoen die in een walvis geschoten wordt, wordt genoteerd. Er is op vele plaatsen echter zoveel ijs aanwezig, dat het schip geregeld opgetild wordt wanneer het een zware klap van een ijsschots krijgt. Omwegen dienen gemaakt te worden, waardoor de Endurance op sommige dagen na een dag varen concreet slechts 33 mijl in de goede richting afgelegd heeft, terwijl de expeditie op andere dagen net negatieve vooruitgang boekt.
Op 30 december 1914 wordt eindelijk de poolcirkel overgestoken. Nog steeds blijft het water moeilijk te navigeren, en moeten grote ijsschotsen vermeden worden (op sommige dagen passeerde de Endurance tot 500 ijsbergen), waardoor menige omweg noodzakelijk wordt. Af en toe is een schots echter dun genoeg om door de boeg van de Endurance gebroken te worden, of slaagt men daarin door afwisselend achteruit te varen, en dan de schots met een zo hoog mogelijke snelheid te rammen. Verbruik van brandstof wordt zorgvuldig bijgehouden, zeker bij dergelijke manoevres. Voor de vele honden die met de Endurance meevoeren (een kleine 70) werd het dringender en dringender om land te bereiken - de beestjes hadden immers lichaamsbeweging en oefening nodig, om de sleeën over het Antarctische continent te slepen.
In de nacht van 18 op 19 januari 1915, terwijl de Endurance aan de leizijde van een ijsberg meedobberde, bevroor het water rond het schip in die mate dat het niet meteen te breken was. Er was van geen enkele positie op het dek nog water te zien. Vanop de mast waren een paar lanen zichtbaar, maar er werd besloten te wachten op betere omstandigheden, en de wetenschappers aan boord maakten van de gelegenheid gebruik om bodemmonsters te nemen. Ver in het westen was land te zien. De volgende dag bleek de Endurance nog vaster te zitten, met zelfs vanop de mast geen zeewater meer zichtbaar. Het schip dreef met deze schots mee, en passeerde op de 22e op ongeveer 16 mijl van land. De volgende dagen brachten echter geen beterschap, en op de 27e gaf Shackleton het bevel de motoren te stoppen. Dagelijks werd nog steeds een half ton kool verbruikt om de motoren warm te houden, maar het werd duidelijk dat het lang zou duren vooraleer een mogelijkheid tot het losbreken van deze gigantische ijsschots zich zou aandienen. De Endurance zou er voor heel de winter vastzitten, te ver afgedreven ook om nog de wekelijkse radiosignalen op te vangen die voor hen bestemd waren…
Het goede nieuws was dat het ijs stevig genoeg was om een kamp voor de honden op op te slaan, en ermee te beginnen trainen. Er werden nieuwe pups geboren, en de biologen ontdekten zelfs een nieuw soort vis. Er waren zeehonden en pinguïns om op te jagen, maar er moest ook uitgekeken worden voor walvissen die gaten sloegen in het ijs om tot bij de prooi die erboven liep te geraken. Op 1 mei werd afscheid genomen van de zon, en werd winter ingezet - alleen dankzij refractie werd de zon even zichtbaar na de middag, en ging ze rond 14u alweer onder. Op 15 juni werd de eerste “Antarctic Derby” gehouden, een wedstrijd tussen de verschillende hondensledenteams, waar natuurlijk zwaar op gegokt werd. Midwinter werd gevierd op 22 juni als een vrije dag waarop enkel het noodzakelijkste werk verricht diende te worden.
Heel onverwacht, op zondag 1 augustus, kwamen er barsten in de ijsschots, en werden in allerijl voorbereidingen getroffen om het schip los te werken. “Dog Town” werd meteen opgebroken en de honden kwamen opnieuw aan boord. Dapper rees de Endurance omhoog om de schotsen te breken, belaagd door de druk van miljoenen tonnen ijs aan alle zijden, maar de voortgang was langzaam, en het schip kwam niet ver alvorens opnieuw vast te zitten. Dit keer met grote druk van schotsen aan alle zijden, die langzaam tegen de wand van het schip omhoog rezen.
Hoewel de Endurance gebouwd was om dergelijk grote druk te weerstaan, kon ook dit schip het uiteindelijk niet blijven volhouden. Begin en midden oktober werd nog een poging ondernomen om het schip vrij te krijgen, maar het zat muurvast. Op 24 oktober begon het einde: vastgehouden door ijsschotsen die nu zowel een zijwaartse als een voorwaartse beweging maakten (Shackleton maakt ook een handige schets van de situatie), boog het schip zwaar door en begon grote lekken te vertonen. Er werd met man en macht gepompt en water gehesen, maar na een klaagzang door de aanwezige penguïns (zeer verontrustend geluid, volgens Shackleton) boog het schip op 27 oktober zo ver door dat er geen hoop meer was om het ooit weer recht en zeewaardig te krijgen. Het schip werd verlaten, 570 mijl en 281 dagen nadat het vast kwam te zitten in het ijs. Reddingsboten worden neergelaten, zoveel mogelijk voedsel en nuttig materiaal worden meegenomen, en een kamp wordt opgesteld om van daaruit te voet de tocht verder te zetten. Achtentwintig man, en 49 resterende honden.
Op een steviger stuk ijs werd “Ocean Camp” opgezet, wat voor twee maanden de thuishaven van de expeditieleden zou zijn. Anderhalve mijl daar vandaan, op 21 november 1915, gaf de Endurance haar laatste zucht, en zonk het schip onder het ijs. Pas tegen 20 december lieten weersomstandigheden het toe om een tocht naar het westen te proberen inzetten, om dichter bij Paulet Island te komen. In anticipatie hiervan werd Kerstmis op de 22e december gevierd, en op de 23e vatte de tocht aan, met de met materiaal en mondvoorraad gevulde sloepen op sleeën, getrokken door de honden. Om de sloepen niet te ver uit elkaar te laten gaan (stel dat een barst in het ijs de groepen zou opsplitsen) werd in relays van 60 meter gewerkt, en werden de sleeën beurtelings voortgetrokken. Op 29 december moet de mars gestopt worden wegens de slechte weersomstandigheden, en een nieuw kamp wordt opgeslagen, Patience Camp, waar de bemanning drie maanden lang zou verblijven.
Wegens gebrek aan voedsel dienen de meeste honden afgemaakt te worden, waardoor slechts 2 teams meer overblijven - een beslissing die nodig was maar voor iedereen toch zwaar viel. Zeehonden en penguïns leken uit de buurt te blijven, en op 21 maart 1916 was er amper genoeg voedsel voor nog 10 dagen over, waardoor het middagrantsoen op 1 beschuit per man kwam. Op 2 april werden de laatste honden afgemaakt, en uiteindelijk opgegeten. De situatie was grim, maar af en toe kwamen nog wel zeehonden langs die hun leven eindigden als voedsel voor Shackleton en zijn mannen, waardoor men toch steeds de hoop kon vasthouden.
Verderdrijvend met de schots, kregen de mannen op 7 april Clarence Island in zicht. Dit was meteen een soort ultimatum, want Clarence Island was het meest zuidelijke punt waar zich een voorraadkamp bevindt, en de laatste kans om een plaats te vinden om aan land te gaan. Daar voorbij ligt enkel de Atlantische Oceaan. Er moest gestreefd worden naar Clarence Island, of diens nog onverkende buur, Elephant Island. Op zondag 9 april is het definitief: de sloepen werden geprepareerd, en geen moment te vroeg, want in de namiddag scheurde de ijsschots waarop de bemanning zich bevond. Wanneer de scheuren ook onder de sloepen beginnen, worden deze snel te water gelaten, en beginnen de mannen aan de tocht over het water naar Elephant Island, dat nog net iets dichterbij was dan Clarence Island.
Hallucinante beschrijvingen van ijs en wilde, hoge golven volgen, op een tocht waarbij de mannen ’s avonds rusten op ijsschotsen, en overdag zo ver mogelijk roeien en vechten tegen de zee en het ijs. Met dag en nacht het bijkomende gevaar van hongerige orca’s, een schrijnend gebrek aan drinkbaar water, en de voortdurende ongenadige koude en wind… Pas op 14 april 1916 landen de mannen op Elephant Island, waar gelukkig ook penguïns wonen.
Aangezien er absoluut geen kans was dat iemand hen zou gaan zoeken op Elephant Island, kan het kamp daar ook alleen maar tijdelijk zijn. Er wordt besloten om één sloep erop uit te sturen om redding te zoeken. Shackleton zelf neemt de leiding, en met 5 anderen en mondvoorraad voor een maand, trokken ze per boot over de kwaadaardige sub-antarctische winterzee terug naar South Georgia, meer dan 750 mijl ver, in kleren die ze reeds 7 maanden droegen. Veertien dagen later komt South Georgia reeds in zicht, maar de mannen zouden geen land bereiken alvorens eerst nog de ergste orkaan die ze ooit meegemaakt hadden te moeten doorstaan. Op 6 mei 1916 landden ze op South Georgia’s King Haakon Bay.
Van daaruit kunnen de mannen, na eerst op krachten gekomen te zijn, naar een walvisvaardersstation trekken, dat helemaal aan de andere kant van het eiland lag. Het is tijdens deze tocht, te voet over sneeuw en ijs, dat Shackleton opmerkt dat het soms leek alsof ze met 4 waren in plaats van 3, een opmerking die leidde naar de term “Third Man Factor“.
Aangekomen bij het walvisvaardersstation worden ze op vreemde blikken onthaald, maar menselijk contact, warme baden en verse kleren zijn zeer welkom. Een van de eerste vragen die Shackleton stelde, was wanneer de oorlog afgelopen was, maar natuurlijk was die toen nog in volle gang. Zodra de mannen geschoren en op krachten zijn, pikken ze met een walvisvaarder de achtergebleven bemanning op Elephant Island op, en komt het avontuur ten einde.
En een avontuur was het, in een tijd waar stukken van onze aardbol nog onverkend waren, en waar mannen nog mannen waren. Shackleton beschrijft de hele reis als een meesterverteller, zonder echter te romantiseren of dramatiseren, en aangevuld met de nodige cijfers en metingen en kaartjes. Voorts staan in het boek nog verslagen van de mensen die op Elephant Island bleven, en van de groep die voorraden aan de andere zijde van de Zuidpool ging leggen, voor wanneer Shackleton en compagnie daar zouden arriveren. Iets wat ze uiteindelijk niet gedaan hebben.
South is op zich het relaas van een gigantisch fiasco, en van hoe een groep mensen de natuur uitdaagde maar niet overwon. Tegelijk is het ook een verhaal van kleine heldendaden en opmerkelijke kameraadschap, van de drang te overleven in de meest onmogelijke omstandigheden, van werkelijk unieke ervaringen, en van verantwoordelijkheid en moeilijke beslissingen in een onvergevende omgeving. Ik heb het boek met zeer veel plezier gelezen.
Een leuke extra zijn de authentieke foto’s in het midden van het boek, vooral deze van de gebroken Endurance, en van de afvaart van Shackleton en zijn groepje van Elephant Island. Het was een opmerkelijke expeditie, dat een zeer opmerkelijk verhaal geworden is. Respect, mannen.


