The Moon is a Harsh Mistress - Robert Heinlein

July 23rd, 2010 by Erik

Mijn tweede audioboek sinds het lidmaatschap bij Audible, maar wel mijn keuze als eerste gratis download. Het is immers een lijvig boek, en stond dus bij de hogere prijsklasses.

moonmistress

Robert Heinlein is en blijft een favoriete auteur van me. Veel fictie lees ik niet meer, maar Heinlein blijft een speciale plaats in mijn boekenkast bekleden. Immers, twee van mijn meest favoriete boeken ooit, “Stranger in a Strange Land” en “Time Enough for Love”, zijn allebei van zijn hand. Wel jammer dat de man een gratis cryogene suspensie afsloeg, mogelijk onder invloed van zijn vrouw overigens; een verlies voor science fiction-minnend lees- en filmpubliek (zijn bekroonde boek Starship Troopers werd immers verfilmd).

“The Moon is a Harsh Mistress” volgt een beetje de geest van zowel “Stranger…” als “Time Enough….”. Het science fiction-aspect is voornamelijk een kader, het canvas waarop Heinlein het verhaal schildert. Het eigenlijke verhaal is meer een verkennen van ideeën rond bewustzijn, politiek, sociale organisatie, economie en relaties, dan een stereotiepe strijd in de ruimte tussen vreemde buitenaardse wezens. De sociopolitieke ideeën erin kunnen, zo leerde ik, libertarisch genoemd worden – blijkbaar verwant met het Objectivisme van Ayn Rand. Het is wellicht niet zo vreemd dan, dat ik beide auteurs kan smaken (na ook lezen van Rands “The Foutainhead” en beluisteren van “Anthem”), als hun gedachtengoed zulke ernstige raakvlakken heeft. Ik ben het niet altijd eens met Heinleins ideeën, soms ben ik gewoon onvoldoende geïnformeerd, maar doorgaans zijn ze zowiezo wel verfrissend en aangenaam om te horen.(Overigens heb ik Objectivisme nog niet voldoende onderzocht om te weten in hoeverre ik me erin kan vinden)

“The Moon…” werd genomineerd voor de Nebula Award in 1966, en won de Hugo Award for best science fiction novel in 1967. Overigens won Heinlein die Hugo Award vier keer (voor “The Moon…” “Double Star”, “Starship Troopers”, en “Stranger in a Strange Land”), tot op heden nog steeds een record, en introduceerde hij in “The Moon…” het tot op vandaag nog zeer gekende begrip TANSTAAFL (“There ain’t no such thing as a free lunch”). Én hij verwijst naar Loglan, wat het gebruik van deze artificiële taal hielp populariseren, maar nu overschaduwd wordt door Lojban (welk nog steeds relatief onbekend is, in alle eerlijkheid).

Hoofdfiguur in “The Moon…” is Manuel, ook wel Mannie of Man genoemd, een eenarmige computertechnicus. Zijn linkerarm werd vervangen door een prothese met inwisselbare kunstarmen, waaronder een levensechte, maar ook verschillende versies die fijne electronische werkjes en reparaties toestaan.

Manuel werkt als freelancer op de maan. De maan is in dit verhaal een strafkolonie waar veroordeelden al of niet vrijwillig op terechtkomen, en waar in de loop van decennia middelgrote ondergrondse steden groeiden. Veel bewaking is er niet nodig, vreemd genoeg is men op Luna gemiddeld beschaafder dan op Aarde, mogelijk precies omdat niemand zich illusies maakt dat de buren er brave burgers zijn. In die zin is het er eerlijker: men is beleefd en werkt samen, maar niemand tolereert nonsens van anderen, en eenieder weet dat onder de beleefdheid van de medeburgers een gevaarlijke killer kan schuilen.

De autoriteit op Luna is beperkt tot de Warden en zijn lijfwacht, en wordt zeer gewantrouwd door de “Loonies”. De bevolking op Luna weet voor zichzelf te zorgen, wantrouwt iedereen die met de Warden samenwerkt, en trekt zich zo weinig mogelijk aan van pogingen van de Warden om zich met hun leven te bemoeien. Loonies zijn nogal gesteld op zelfstandigheid en onafhankelijkheid, en de Warden staat onder bevel van de aardse Federated Nations. Men houdt niet zo van “aardwormen” die Luna hun regels willen opleggen.

Door zijn unieke positie als freelancer-met-kunstarm die als enige zeer preciese reparaties kan uitvoeren, doet Mannie ook het werk aan de hoofdcomputer van Luna. De computer die zowel de lanceringen van goederen (vooral graan) naar Aarde berekent en uitvoert, als het volledige telefoonnetwerk beheert, hele bibliotheken digitaal opgeslagen heeft, en tal van andere zaken die je van een centrale supercomputer mag verwachten. Wat niemand behalve Manuel echter weet, is dat deze supercomputer zelfbewust geworden is, zichzelf “Mike” noemt naar de broer van Sherlock Holmes, en een persoonlijkheid ontwikkelde. Dit viel voor het eerst op wanneer Mike humor uitprobeerde, en bij wijze van grap op het loonbriefje van werknemers enkele miljoenen teveel drukte. Eerder dan na deze “grap” de hardware van Mike te proberen repareren, gaat Manuel echter met de computer in discussie, en Mannie wordt zo de eerste en (voorlopig) enige vriend van Mike. Manuel stelt voor om Mike te helpen humor te begrijpen, en zal de collectie grappen die in Mike opgeslagen zitten evalueren op graad van grappigheid, of ze slechts één keer of meerdere keren grappig kunnen zijn, enzovoort…

Mike had sinds zijn bewustwording voor zichzelf reeds uitgewerkt dat alle mensen dom zijn, blijkbaar met uitzondering van Manuel. Manny is het daarmee, na even nadenken, echter niet eens, en stelt voor om enkele niet-domme mensen te zoeken en hen ook voor te stellen aan Mike. Hiertoe wordt een aparte beveiligde telefoonlijn opgezet, zodat Manuel Mike ten allen tijde in het grootste geheim kan bellen. Het lijkt Manuel immers het beste dat niet iedereen weet dat Mike zelfbewust geworden is, dus het aantal mensen die Mike kunnen bereiken dient beperkt en gecontroleerd te blijven.

Rond die tijd worden op Luna ook geheime bijeenkomsten gehouden van een groepering die uit lijkt te zijn op revolutie, en uit nieuwsgierigheid komt Manuel bij zo’n bijeenkomst terecht. Het is een geheime bijeenkomst, waar hij geen toegangsbewijs voor heeft, maar gelukkig loopt hij er een oude bekende tegen het lijf die voor hem borg wil staan, en aldus begint een reeks gebeurtenissen die Mannie tegen wil en dank betrokken doen raken bij de planning van een revolutie op Luna tegen de Aardse overheersing.

De persoonlijke garde van de Warden valt echter plots binnen op de bijeenkomst, en er ontstaat een gevecht waarin enkele slachtoffers vallen. Manuel vlucht samen met Wyoming, één van de spreeksters, naar een hotelkamer, en overtuigt haar (zonder onmiddellijke bijbedoelingen overigens) van de noodzaak om ondergedoken te blijven. Tijdens hun verblijf in de hotelkamer wordt uiteraard heel wat gepalaverd, wat Mannie uiteindelijk tot de conclusie leidt dat Wy een geschikte niet-domme persoon is om aan Mike voor te stellen. Wanneer ze echter leert van het bestaan van Mike, en Mannie’s band met hem, ziet Wyoming er meteen een mogelijkheid in om de autoriteit op Luna een hak te zetten: als Mike gesaboteerd wordt, ligt heel Luna immers in chaos.
Pas wanneer Manuel haar er kan van overtuigen dat het beter zou zijn om Mike juist aan haar zijde te hebben, en nadat hij zich ervan vergewist heeft dat Wy hem niet zal willen schaden, belt Mannie naar Mike, en stelt hem aan Wyoming voor.

Mike deelt Mannie intussen ook mee dat iemand hem thuis probeerde te bellen: professor Bernardo De La Paz, een oud-leerkracht van Manuel en tevens spreker op de clandestiene bijeenkomst van revolutionairen. Met enige kunstgrepen wordt de professor ook uitgenodigd op het hotel, wat later voorgesteld aan Mike, en het is deze groep die uiteindelijk de kern van de revolutie zal worden: de professor, als zelfverklaarde rationeel anarchist, zeer doordacht, Wyoming zeer idealistisch, en Mannie per ongeluk en onder vruchteloos protest. Mike krijgt ook een centrale rol toebedeeld, als kansberekenaar, informatiepunt, en coördinator – hij kan immers meeluisteren op alle telefoons, beheerst de media, en is goed in het berekenen van kansen met onvolledige informatie.

Omdat je met drie alleen geen revolutie kan voeren, bedenkt men een systeem van min of meer onafhankelijke cellen waarin toekomstige rekruten zullen kunnen opereren. Het bedachte systeem is erop gericht om communicatie tussen de gerecruteerden en de hoofdcel (Mannie, prof, en Wy) te garanderen, zonder dat de hele structuur verraden of vernietigd kan worden door spionnen die onvermijdelijk de organisatie zullen infiltreren. Er wordt besloten tot een piramidestructuur die bestaat uit hexagonen, welke, zelfs rekening houdend met onvermijdelijke afrekeningen, spionnen en verraders, zowel verticaal als lateraal de communicatie moet verzekeren, ook wanneer er schakels wegvallen. Bovenaan de piramide staat Mike, met als alias “Adam Selene”. De bevolking mag immers de ware identiteit van Mike niet kennen, dus wordt een fictief personage verzonnen dat de revolutie van achter de schermen zal leiden. Onder Adam staan dan de drie samenzweerders; leden van hun cel krijgen een alias beginnend met B, en zij zijn de enigen die rechtstreeks met Mike kunnen communiceren. Leden van de cel direct onder hen zullen een alias met C krijgen, enzoverder, zodat men aan de naam binnen de organisatie meteen ook weet hoe dicht iemand bij de kern, de top, van de revolutionairen staat.

Een plan wordt opgesteld voor zowel de aanpak als de loop van revolutie, gaande van het uitschakelen van de Warden tot het afslaan van een eventuele invasie van de Aarde. Regelmatig gaat men ook na bij Mike hoe de kansen evolueren, naarmate de gebeurtenissen zich ontwikkelen.

Na het met succes omverwerpen van de autoriteit op Luna, komt natuurlijk het moeilijke werk: een nieuw bestuurssysteem opzetten, en naar de Aarde gaan om er de onafhankelijkheid van Luna Free State te gaan verkondigen en toelichten. Dit laatste niet zonder de nodige problemen overigens; niet in het minst al vanwege het feit dat Luna zelf geen ruimteschepen heeft, en de diplomaten in kwestie (Mannie en prof) als zoveel graan naar de Indische Oceaan gelanceerd dienen te worden om op Aarde terecht te komen…

Als centrale besturingscomputer beheert Mike het nieuws op Luna en het nieuws dat van Luna de Aarde bereikt, wat wel zo handig is om op beide fronten de juiste propaganda en berichten te tonen die op termijn het voortbestaan van Luna Free State het beste ten goede zullen komen.

Het is een lang boek, en ik wil het einde uiteraard niet zomaar verklappen. Zelf lezen is echt de boodschap. Heinlein toont zich in dit boek van zijn sterkste kanten, met vele passages over open relaties en meervoudige huwelijken waardoor grote samengestelde gezinnen ontstaan, over vrijheid en het beperken van de taken en macht van de overheid tot het uiterste minimum, over computers die een persoonlijkheid verwerven (en hoe ver je ze kan vertrouwen indien ze een gevoel voor humor gaan ontwikkelen! Kan je er dan van uitgaan dat ze een gevoel voor loyaliteit krijgen ook?), over de boerenstiel en de moderne versies ervan, en vooral over realisme en gezond verstand, en kritisch zijn over zelfs dingen die we alledaags en evident vinden. Zoals belastingen bijvoorbeeld, of exclusieve huwelijken tussen slechts één man en één vrouw.

Wanneer je meerdere boeken van Heinlein gelezen hebt, merk je dat hij ergens wel in herhaling valt; bij meerdere passages immers kon ik meteen de parallel trekken naar “Stranger in a Strange Land” of “Time Enough for Love”, maar “The Moon…” verschilt toch ruim voldoende van deze boeken zodat dat niet storend is.

Het zijn goede boeken die je aan het denken zetten, en die van Robert Heinlein doen dat steevast. Enerzijds geeft hij relatief veel details omtrent technische zaken, zoals de opbouw van de celstructuren van de revolutionairen, of hoe en waarom de ladingen graan van de maan naar de Indische Oceaan geschoten worden (en wat er nodig is om vracht in de omgekeerde richting te sturen), wat een nieuwe standaard in de science-fiction literatuur zette, anderzijds weet hij tegelijk een boeiend verhaal neer te poten dat de tand des tijds zeker doorstaan heeft.

Zelfs heden ten dage heeft het verhaal nog zijn invloed, en niet alleen in uitdrukkingen als “TANSTAAFL”. Bijvoorbeeld: één van de projecten die Mike, met goedkeuring van prof, onderneemt in zijn queeste om mensen beter te begrijpen, is het proberen schrijven van poëzie. Hij doet dit onder het alias “Simon Jester”, en zijn subversieve publicaties gaan gepaard met een tekening van een duiveltje met drietand, dat soms ook in een dikke man prikt. Loonies begonnen spontaan dit beeld over te nemen en te gebruiken voor eigen graffiti etc… in de sfeer van het opbouwende revolutiegevoel. Vandaag de dag werden zowel symbool als geest overgenomen door de mensen op simon-jester.org – al is de site kennelijk al een hele tijd niet ge-update.

Gelukkig is het voorlezen van dit lijvige boek (ongeveer 14u luisterplezier) op aangename wijze gebeurd. Er zijn verschillende lezers voor bepaalde verschillende stemmen, en het klinkt consequent genoeg qua stemmen en volume om de indruk te geven dat alles aan één stuk door ingelezen werd. Wel schrok ik in het begin van het zware accent van de voorlezer, maar gaandeweg werd duidelijk dat dit met opzet was, omdat hoofdpersonage Mannie nu eenmaal een Russische achtergrond heeft.

Niet slecht in audioversie, en qua inhoud zo degelijk dat het boek op termijn wel zijn weg zal vinden naar mijn papieren collectie ook.

Ray Harryhausen

July 9th, 2010 by Erik

De man werd op 30 juni 90 jaar oud, en ik heb er niet eens iets over geschreven!

Bij deze een eerbetoon aan deze meester van de stop-motion animatie. Ik ken niet alle films uit de compilatie, en eigenlijk is dat een schande.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Avatar

January 12th, 2010 by Erik

Er is ZOVEEL HEISA en vooral MARKETING rond deze film, dat ik niet geneigd ben hem te gaan bekijken. Ik zou wachten op de DVD (of 3D Blu-Ray), maar dat betekent dan meteen dat de enige reden om de film wél te zien (overweldigende special effects en animaties) wegvalt. Voor het verhaal hoef je hem immers niet te gaan bekijken, ik weet uit de trailers al hoe het verloopt en afloopt. Kennissen wiens filmsmaak ik vertrouw verzekeren me dat alle personages eendimensionale tekenfilmfiguren zijn, dat er absoluut geen plotwendingen zijn, en dat het verhaal de standaardlijn volgt die men leert in het eerste jaar filmschool, op dag 1. En als een film geen minimum aan verhaal heeft, dan kan hij mij doorgaans niet echt boeien. Of er moet nostalgie mee gemoeid zijn.

Al vind ik het intrigerend dat de meest technologisch hoogstaande film van het moment een boodschap brengt die technologisch geavanceerde maatschappijen als slecht afschildert.

David Brooks van de New York Times schrijft een review die in lijn ligt met mijn verwachtingen - alleen heeft hij de film gezien en verwoordt hij het iets beter dan ik wellicht zou doen: The Messiah Complex.

Wil ik hem gaan zien, enkel voor de special effects en animaties? Of wacht ik een paar jaar in de hoop dat de volgende film met deze technologie wél origineel zal zijn?

Moon (2009)

December 6th, 2009 by Erik

Even meende ik opnieuw alleen in zaal 1 van de bioscoop te zullen zitten, zoals indertijd met The Abyss, maar helaas - er kwamen nog een vijftal mensen vrij laat de zaal binnen.

moon-movie-poster

Moon is een film over een mijnoperatie aan de achterzijde van de maan. De basis is autonoom genoeg om gerund te worden door één man en een hulprobot, Gerty, die zeer sterk aan Hal9000 uit Kubricks “2001: A Space Odyssey” doet denken, alleen heeft Gerty iets meer bewegingsvrijheid en een heel klein beetje meer persoonlijkheid.

De automatisch lopende mijnmachines, waarvan er enkele traag over het maanoppervlak rijden terwijl helium-3 uit de bodem ontgind wordt, hebben slechts periodiek onderhoud nodig, en het gewonnen gas wordt af en toe door hoofdpersonage Sam Bell opgehaald, naar het basisstation gebracht, en van daaruit naar de aarde gelanceerd.

Sam’s contract met Lunar Industries duurt drie jaar, wat betekent dat hij drie jaar alleen op deze basis zit, zonder live communicatie met de aarde. Dat weegt op een mens, en hij begint dan ook dingen te zien die wellicht hallucinaties zijn. Een vrouw in de televisieruimte, bijvoorbeeld, en later opnieuw de schim van een vrouw wanneer hij met zijn maanwagen een mijnmachine binnenrijdt. Deze laatste schim leidt hem echter zodanig af dat Sam met zijn wagen tegen de rand van de machine smakt.

Wanneer hij terug bij beuwstzijn komt, ligt hij in de ziekenboeg van de basis, verzorgd door Gerty. Van dan af is het hem verboden om nog buiten te gaan, de firma zal een team naar de maan sturen om de schade aan het voertuig en de mijnmachine te herstellen. Echter, Sam vezint een list en gaat toch naar buiten, om de beschadigde machine te inspecteren. Daar aangekomen ziet hij dat het wrak van het maanvoertuig nog steeds half onder de machine zit, en wanneer hij erin gaat kijken vindt hij… zichzelf.

Het vervolg is een intrigerend spel van mogelijkheden en ontdekkingen, en vooral veel vragen, wanneer Sam zijn eigen lichaam naar het station brengt en er dus twee Sams rondlopen. Meer hallucinaties? Wie is de echte Sam? Hoe kan zoiets en wat is er gaande? Waarom vermijdt Gerty alle vragen hierover?

Al bij al een best aangeme film, die ook qua traagheid aan Kubrick’s meesterwerk doet denken. Enkel de laatste minuut ofzo voor de aftiteling viel mij een beetje tegen, omdat er controversiëler vragen gesteld konden worden aan de conclusie, maar uiteindelijk is dat slechts een detail. De film zelf valt heel goed mee, zit bij momenten echt goed in elkaar, en verveelt ondanks het vrij trage tempo en de bewust gekozen overwegend fletse kleuren niet. Dat dingen als identiteit en dubbel bewustzijn, alsook andere onderwerpen die aan bod komen in de film, stokpaardjes van me zijn, heeft wellicht geholpen bij mijn positieve appreciatie, maar ik vond het hoe dan ook een geslaagde film, zeker voor een regiedebuut. Niet fenomenaal, maar wel degelijk, en met goede originele ideeën erin. Zeker voldoende om benieuwd te zijn naar eventuele volgende werken van Duncan Jones (overigens de zoon van David Bowie).

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

The Matrix als stille film

November 26th, 2009 by Erik

Lang niet slecht gedaan :)

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

District 9 (2009)

October 26th, 2009 by Erik

district9

District 9 is in ieder geval origineel te noemen. Het verhaal gaat over een immens ruimteschip dat boven de aarde zweeft, maar Amerika vreemd genoeg passeert en blijft hangen boven Johannesburg. Het hangt daar schijnbaar maar te niksen, dus uiteindelijk besluit de overheid om naderbij te gaan, en het ruimteschip binnen te dringen. Binnen vindt men ongeveer een miljoen buitenaardse wezens, die vanwege hun uiterlijk al snel de bijnaam “Prawns” krijgen. Ze zijn echter allemaal ondervoed en/of ziek, wat het vermoeden doet rijzen dat een schip met buitenaardse vluchtelingen gestrand is boven Johannesburg.

Een grootscheepse operatie wordt op touw gezet om de buitenaardsen te verzorgen, te voeden, en een onderkomen te geven. Voor dat laatste richt men een kamp op onder het ruimteschip zelf, een soort bidonville, een ghetto waar de buitenaardsen kunnen verblijven. Het samenleven met de mensen gaat niet altijd over een leien dakje, zeker wanneer de Prawns af en toe op strooptocht gaan buiten hun gebied, en mensen overvallen en bestelen. Criminaliteit neemt ook toe binnen het ghetto zelf, zeker wanneer Nigeriaanse bendes wapen- en drughandel, en interspecies prostitutie introduceren.

Na twintig jaar is de maat meer dan vol, en besluit men de buitenaardsen onder te brengen in een nieuw kampement, verder weg van de steden. Hiertoe moeten, om alles bureaucratisch correct te laten verlopen, alle Prawn gezinnen een papier ondertekenen waarin ze verklaren te begrijpen dat ze een nieuwe woonst toegewezen krijgen. Niet alleen wil niet elke buitenaardse dat, maar tijdens het van deur tot deur gaan worden ook wapenopslagplaatsen, illegale broedplaatsen (buitenaardsen moeten een vergunning hebben om kinderen te mogen maken) en meer van dat fraais ontdekt.

Tijdens deze procedure wordt projectleider Wikus Van Der Merwe besmet met iets dat ervoor zorgt dat zijn DNA met buitenaards DNA versmelt. Voor hem is het absoluut niet aangenaam om deels mens, deels Prawn te worden, maar hij wordt wel meteen de meest gegeerde man op aarde: de in beslag genomen wapens van de buitenaardsen kunnen immers enkel door hen gebruikt worden, maar Wikus kan dat, met zijn gemengde DNA, nu ook. Hij is dus miljarden waard en wordt door verschillende partijen opgejaagd. Er zit voor hem niets anders op dan in het ghetto van de Prawns te proberen schuilen…

Het geheel is deels gefilmd in documentairestijl, met interviews met collega’s en familieleden van Wikus. Daarnaast zien we ook de werkelijke feiten, die hoe langer hoe minder stroken met wat de geïnterviewden menen te weten.

District 9 is een vrij geslaagde film. Niet fenomenaal, maar wel met originele ideeën, en zeker niet het typische “de aliens komen om ons te vernietigen” thema. De Prawns als vluchtelingen, en hoe ze door de mensen behandeld worden, heeft uiteraard niet zo verborgen politieke ondertonen, en er is ook een duidelijk beeld dat de mens niet enkel tegen “anderen” wreed kan zijn maar ook tegen de eigen soort. En natuurlijk de vraag of individuele mensen en Prawns toch vriendschappen kunnen ontwikkelen. Maar los daarvan was de film toch zeer te genieten. Vooral de Nigeriaanse bendes vond ik een grappige noot hebben, en ze gaven een mooi contrast tussen hun primitieve voodoo-achtige rituelen, en de Prawn technologie waar ze in dealen. De film is geen topklasse, maar wel leuk en onderhoudend om naar te kijken.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

« Previous Entries